#

Ter gelegenheid van het verschijnen van de biografie van H.M. Kuitert (geb. 1924) heeft de Historische Commissie van de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking met het Historisch Documentatiecentrum van de VU op 24 november 2016 een symposium over deze spraakmakende theoloog georganiseerd. Er waren 90 mensen op afgekomen, vooral van de generatie die hem goed gekend heeft. Geen wonder. Een paar jaar geleden meldden enkele jonge theologen dat Kuitert passé was. Als om dat te onderstrepen ontbraken die dan ook vandaag.

Er waren zes sprekers, met ieder een bijdrage van 20 minuten: de journaliste Petra Pronk, de historicus George Harinck, de Groninger godsdienstwijsgeer Arie Molendijk, de filosofe Desanne van Brederode, de blogger Alain Verheij en de theoloog Maarten Wisse. Twee ervan vielen mij in het bijzonder op: de eerste en de laatste, iemand voor wie Kuitert een verlosser was, en iemand die Kuitert in een rijtje bekende ketters plaatste.

De man met de loep
Dagvoorzitter prof. dr. F. van Lieburg heette de aanwezigen welkom, in het bijzonder de familie van wijlen Gert Peelen (1947-2015), de schrijver van de biografie, en Petra Pronk, die de laatste twee hoofdstukken voor haar rekening heeft genomen. Waarom juist zij die taak kreeg toevertrouwd, werd duidelijk uit haar toespraak, die nogal persoonlijk gekleurd was. Ook voor haar, die opgegroeid was in een gereformeerde bondsmilieu, was Kuitert een ‘verlosser’ geweest, zoals hij dat voor zovele andere was geweest. Iemand die geholpen had bij het loskomen van het al dan niet benauwde gelovige milieu van de jeugd. Ze schreef in 2006 samen met Kuitert Fluiten in het donker, een boek over zijn ontwikkelingsgang. Aan het eind van dit project was ze ook haar laatste restje geloof kwijt. Ze typeerde hem als De man met de loep, iemand die de gestolde waarheden van het christelijk geloof onderzocht en uiteindelijk tot de conclusie kwam dat religie mensenwerk is. Op verzoek van Gert Peelen heeft ze het contact met Kuitert weer hernieuwd om de biografie te voltooien. Opnieuw volgden gesprekken met hem, en bovendien kreeg ze inzage in de correspondentie van deze gepassioneerde brievenschrijver. Haar beeld van Kuitert werd alleen maar bevestigd: een bevrijder, een verlosser, iemand die veel instemming ondervond, maar ook heel veel kritische, soms lelijke, brieven ontving.

Kromme lijn en hellend vlak
Harinck sprak over een ‘kromme lijn’ die hij herkende tussen Kuitert en de theoloog K. Schilder, door wie ook Kuitert zelf korte tijd was gefascineerd: het verlangen naar vrijheid. Dit kreeg echter soms iets dwangmatigs, en bij beiden overheerste uiteindelijke het ‘denken’ het ‘zijn’. Bij beiden ging het ook om publieke theologie. Kuitert schreef voor het grote publiek over actuele thema’s, zijn boeken hadden een grote oplage, met als uitschieter Het algemeen betwijfeld christelijk geloof (1992). Arie Molendijk (opgeleid in Leiden) sprak over Kuitert vanuit Leids perspectief. Hij haalde onder meer een paar anekdotes op. Zo sprak H. Berkhof, met een licht Leids superioriteitsgevoel, over ‘een onafwendbare inhaalmanoeuvre’. Maar toen er een vacature voor de godsdienstwijsbegeerte was en de naam van Kuitert in het geruchtencircuit opdook, belde Berkhof H.J. Adriaanse op met het dringende verzoek om toch vooral te solliciteren. Hij was, aldus Molendijk, minder gekwalificeerd dan Kuitert, maar die wilden ze kennelijk per se niet hebben. Naast waardering en herkenning was er in Leiden ook veel kritiek op Kuitert.

Alain Verheij, blogger, spreker, ‘theoloog des Twitterlands’, sprak over Het hellend vlak: voor ons was Kuitert de duivel. Hij behoorde tot de generatie die theologie kon studeren zonder Kuitert te hoeven lezen. Dat deed hij de afgelopen maanden wel. Voor hem is Kuitert de Rockstar van de theologie, een toegankelijker theoloog is er niet. Als er dan een hellend vlak moet zijn: laat het dan Kuitert zijn. Kuitert verwoordde bovendien de gevoelens van een hele generatie, hij was een verlosser, een pastor voor wie niet bij de kerk terecht kon. Maar, zo constateerde hij aan het slot van zijn geestige bijdrage, vrijzinnigheid heeft geen kinderen. Daarna was het woord aan Desanne van Brederode, filosofe en schrijver, die sprak over het thema: Wie zegt dat al het spreken van beneden komt? - Over inspiratie als godsgeschenk. Die inspiratie vond ze in de ontmoeting met haar medemens, zoals bij haar Syrische kennissen op zoek naar asiel in Nederland. Als je dan ‘het komt goed’ tegen elkaar zegt, is dat geen hypothese. Wat dan wel: een bezwering, een bevel, een toezegging?

Een Kuitertcomplex?
Als laatste was het woord aan Maarten Wisse, universitair docent dogmatiek en oecumenica, VU, die sprak over de vraag Hoe we van ons Kuitertcomplex afkomen. De negatieve associaties die de naam Kuitert soms oproept, staan een serieus gesprek in de weg. En toch is er nog steeds die fascinatie. Wisse plaatste Kuitert in het rijtje bekende ketters: Arius, Petagius, Servet en Socinus. Waarom? Ketters laten een ander perspectief op het christelijk geloof zien. Ze hebben altijd een punt, som wat groter, soms wat kleiner. Bij Kuitert draait het om de transcendentie van God en het onderscheid tussen God en wereld.

Waarom een complex? Een ketter beweegt zich altijd binnen hetzelfde denkraam als de mainstream. Kuitert en de kerk stonden te dicht bij elkaar om vreedzaam te co-existeren. Hun paradigma werd bepaald door Kant en door Marx. Het is het denkraam van de moderniteit. Geloof gaat over kennis, gecombineerd met de vraag: waarop is kennis gefundeerd? Daarnaast speelt de vraag van Marx: in wiens voordeel wordt welke kennis gepropageerd? Hieruit volgde bij Kuitert de antropoligisering van de religie: het is een menselijke aangelegenheid.

Waar staan we nu? Wat moeten we er nu mee? De diagnose is correct, de behandeling is weinig waardevol. Wisse verwees naar zijn kennismaking met Alvin Plantinga, die hem leerde dat deze benadering in feite self-refuting is. Neem: alle spreken over boven komt van beneden. Toegepast op zichzelf, komt ook die uitspraak van beneden. Maar ze veronderstelt toch echt dat degene die de uitspraak doet, iets meer weet over ‘boven’. Niettemin had Kuitert er succes mee, wat alleen verklaard kan worden uit de bredere toenmalige culturele veronderstelling. Bij voorbaat ging men er eigenlijk al vanuit dat er over boven niets te zeggen viel. Kuiterts tegenstanders hadden overigens deel aan hetzelfde paradigma, een denkkader dat geleidelijk omvergeworpen is door de postmoderne wijsbegeerte. Door de extreme vorm van zijn theologie geef hij een helder zicht op het modernisme van de gereformeerden. Zijn we de vragen van Kuitert en diens antwoorden dan helemaal voorbij? Nee, onze tijd is ambigu. Bij NWO worden theologen afgerekend vanuit deze wetenschapsopvatting, en ook breder is ze zeker niet verdwenen. Ketters verdienen derhalve een ereplaats want ze dagen de kerk uit om hun situatie onder ogen te zien en daarmee de eigen blinde vlekken.

De biografie: Gert J. Peelen, Spreken over boven. Harry Kuitert. Een biografie (Amsterdam 20160 512 blz., met fotokatern, ISBN 978 90 8659 744 4, € 29,95

Maarten J. Aalders