Geboren: 8 juli 1932
Overleden: 22 augustus 2017
Hoogleraar Nieuwe Testament, 1975-1983 en 1990-1997

Baarda, Tj.

Nieuwtestamenticus Tj. Baarda overleden

Tj. Baarda (8 juli 1932 – 22 augustus 2017)

Op 22 juli 2017 overleed Tjitze Baarda, emeritus-hoogleraar Nieuwe Testament. Zijn loopbaan was nauw met de VU verweven. Afkomstig uit een familie van ‘kleine luyden’ studeerde hij vanaf 1951 theologie aan de VU, om vanaf 1952 tevens ingeschreven te worden aan de Faculteit der Letteren, waar hij Semitische talen studeerde. In beide faculteiten legde hij het kandidaatsexamen af: in 1958 bij Letteren, in 1962 in de Faculteit der Godgeleerdheid. Hij was toen al enkele jaren medewerker van R. Schippers, met wie hij in 1960 een boekje over Het Evangelie van Thomas schreef. Hij bereidde colleges voor, later gaf hij ze zelf, en hij begeleidde promovendi. In 1963 volgde zijn doctoraalexamen in de theologie.

In 1967 werd hij lector aan de VU en ‘visiting lecturer aan het St Mary’s College van de St Andrews University in Schotland. Dit laatste op uitnodiging van prof. Matthew Black, met wie hij al in een vroeg stadium van zijn studie correspondeerde. Deze accepteerde als redactielid van het blad New Testament Studies in 1958/1959 zijn eersteling, een artikel over Markus 9: 49. Black was ook zijn promotor (met R. Schippers als co-promotor) toen Baarda in 1975 cum laude promoveerde. Later dan verwacht, maar Baarda was in onrustig kerkelijk vaarwater terechtgekomen, hetgeen nogal wat aandacht vergde. Daarbij kwam dat zijn onderzoek voor Schippers te specialistisch was. Zijn dissertatie ging over de evangelie citaten van Aphrahat (ca 270- ca 345), een Syrisch kerkvorst die in Perzië woonde. Direct na zijn promotie werd hij hoogleraar, op persoonlijke titel, want Schippers was nog niet met emeritaat.

Een lange reeks van artikelen volgde. Deels gingen deze over het Diatessaron (ca 170) van Tatianus, een boek dat verloren is gegaan en dat slechts gedeeltelijk bekend is uit Syrische en Arabische bronnen. Een boekenschrijver was hij niet. Maar met zijn kennis van deze en andere oude talen, met zijn speurzin, zijn oog voor het detail en zijn werkkracht, werd Baarda een internationaal vermaard deskundige op dit terrein. In de Verenigde Staten werd hij ooit omschreven als ‘das Licht vom Osten’. In 1983 verscheen de bundel Early transmission of words of Jesus. Thomas, Tatian and the text of the New Testament (Amsterdam 1983).

In 1981 werd hij buitengewoon hoogleraar aan de Rijksuniversiteit van Utrecht, met als leeropdracht het antieke jodendom en de uitleg van het Nieuwe Testament, in 1983 volgde een algehele overstap naar de Utrechtse universiteit. Het leidde tot een reeks artikelen over de verhouding jodendom en christendom. In 1989 was hij visiting professor aan de Divinity School aan de Harvard University, om daarna, in 1990 weer naar de VU terug te keren.

In 1994 werden opnieuw artikelen gebundeld in het boek Essays on the Diatessaron (Kok-Pharos 1994). Daarnaast schreef hij artikelen over allerlei andere zaken betreffende het Nieuwe Testament. In 1997 ging hij met emeritaat.

Baarda was een groot geleerde, van internationaal kaliber. In 1982 werd hij lid van de Koninklijke Academie, hij was president van de Studiorum Novi Testamenti Societas (2001) en Beirat van het Institut für neutestamentliche Textforschung te Münster sinds 1983. Aan de VU was hij onder meer lid van het college van decanen (1992-1997), van de Universitaire Toetsingscommissie, lid van het Bezinningscentrum.

Hij was een sieraad voor de Vrije Universiteit.

Maarten J. Aalders, 17 september 2017