Op 30 maart werd de vernieuwde Medische Bibliotheek in het VUmc officieel geopend onder een nieuwe naam: Bouman and Lindeboom Medical Library. Deze naam was de uitkomst van een prijsvraag onder studenten. Met de nieuwe naam worden twee grondleggers van de faculteit geneeskunde van de VU geëerd: Leendert Bouman en Lucas Lindeboom. Wie waren deze Bouman en Lindeboom?

Door: Ab Flipse

Leendert Bouman (1869-1936), eerste hoogleraar geneeskunde
Leendert Bouman werd in 1907 benoemd als hoogleraar ‘psychiatrie, neurologie en algemene biologie’ en was daarmee de eerste medicus aan de Vrije Universiteit. Deze benoeming was bedoeld als eerste stap op weg naar een volledige medische faculteit, die overigens pas veel later zou worden gerealiseerd. Bij de leerstoel hoorde ook een psychiatrisch-neurologische kliniek, die twee jaar later werd geopend aan het Valeriusplein in Amsterdam-Zuid, en die bekend kwam te staan als Valeriuskliniek.

Bouman had geneeskunde gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en was gepromoveerd op een chirurgisch onderwerp. Daarna specialiseerde hij zich in de psychiatrie. Hij oriënteerde zich op de in opkomst zijnde psychologische richting in de psychiatrie, die tegenover de anatomisch-fysiologische richting stond. Die laatste richting was gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw dominant geweest.

Bouman was ervan overtuigd dat ziel en lichaam fundamenteel van elkaar verschillen en daarom moest de wetenschap die het psychische onderzoekt ook een ander karakter hebben dan de natuurwetenschap. Ondanks zijn pleidooi voor deze psychologische benadering, bleef Bouman zelf veel fysiologisch (neurologisch), onderzoek doen en ook zijn behandeling van patiënten had deels een medisch-biologische inslag. Mede door Bouman vond de nieuwe, psychologische benadering in Nederland ingang. Deze kwam niet in plaats van de natuurwetenschappelijke psychiatrie, maar vulde deze aan. Bouman is wel de vader van de psychologische psychiatrie in Nederland genoemd.

Boumans colleges trokken niet alleen studenten van de VU, maar ook veel belangstellende medische studenten van de UvA. In de Valeriuskliniek verzamelde hij een aantal medewerkers om zich heen die een belangrijke rol zouden gaan spelen in de psychiatrie in Nederland. In 1925 werd Bouman benoemd tot hoogleraar in Utrecht. Hij bleef wel tot 1935 verbonden aan de VU als buitengewoon hoogleraar, en gaf in die periode college over de algemene psychologie.

Lucas Lindeboom (1845-1933), ‘vader der medische faculteit’
Bij de viering van het 50-jarig bestaan van de VU, in 1930, werd Lucas Lindeboom 'den eigenlijken vader der medische faculteit’ genoemd. Die medische faculteit bestond overigens nog steeds uit één hoogleraar, L. van der Horst op dat moment, en een psychiatrische kliniek en het zou tot 1950 duren voordat ze zou gaan uitgroeien tot een volwaardige medische faculteit.

Lindeboom was geen medicus en ook niet verbonden aan de VU, maar docent aan de theologische school te Kampen. Hij was meer een man van de praktijk dan van de wetenschap. Vanwaar dan de lof voor deze man? In 1875 had Lindeboom een brochure geschreven over de christelijke zorg voor zieken, doofstommen en blinden. Zijn bijzondere aandacht ging uit naar patiënten die destijds krankzinnigen werden genoemd. Gezondheidszorg en geloof waren volgens Lindeboom onlosmakelijk verbonden en daarom nam hij in 1884 het initiatief tot oprichting van de Vereeniging tot christelijke verzorging van krankzinnigen en zenuwlijders in Nederland, die in de navolgende jaren verschillende klinieken opende. Lindeboom drong er bij de VU op aan een medische faculteit te starten, zodat er christelijke artsen konden worden opgeleid. In 1907 werd Bouman benoemd waarmee een klein begin werd gemaakt met de gewenste faculteit. Lindebooms Vereniging betaalde de bouw van de bij de leerstoel horende kliniek.

Lindeboom en Bouman zaten echter niet op een lijn, zo bleek al snel. Beide waren overtuigd van het belang van het geloof voor de wetenschap, maar gaven hier op andere wijze invulling aan. Lindeboom pleitte voor samenwerking van medicus en theoloog bij de opbouw van een christelijke medische wetenschap, waarbij de theologie sturend was. Bouman zag een veel zelfstandiger plaats voor het medisch onderzoek. Dit was een van de redenen voor Boumans latere vertrek naar Utrecht, naast het vooruitzicht dat de medische faculteit aan de VU voorlopig niet verder zou groeien.

In 1950, toen er wel een volwaardige medische opleiding aan de VU werd gerealiseerd, werd Lindebooms kleinzoon, Gerrit Arie Lindeboom, benoemd tot hoogleraar algemene ziektekunde, klinische propedeuse en encyclopedie der medische wetenschappen. Deze Lindeboom werd de drijvende kracht bij de opbouw van de faculteit, waarmee de verbondenheid van de naam Lindeboom met de medische faculteit van de VU werd gecontinueerd.

Literatuur

Leo van Bergen, Van genezen in geloof tot geloof in genezen. De medische faculteit van de Vrije Universiteit 1880- 2000 (Diemen: Veen Magazines B.V. 2006)

Timo Bolt, ‘De pendel, de kloof en de kliniek.Leendert Bouman (1869-1936) en de ‘psychologische wending’ in de Nederlandse psychiatrie’,Studium. 3(3), pp.82–98

H. Colijn, 'Rede Dr. H. Colijn,' (21 oktober 1930), Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam 1930 (Amsterdam 1931), 74-79.

Gert van Klinken, ‘Lucas Lindeboom: Voorman van de christelijke zorg’, in: Paul Werkman en Rolf van der Woude, Bevlogen theologen. Geëngageerde theologen in de negentiende en twintigste eeuw (Hilversum 2012), 121-146

 

Ab Flipse is universiteitshistoricus van de VU


Deel dit artikel