Op 22 februari 1972 bezetten activistische studenten het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit. De bezetting zou uiteindelijk vijf dagen duren en ging de geschiedenis in als de 100-uren bezetting. Waar ging het de bezetters om? Waarom vond dit protest plaats? Hoe verliep de bezetting? Bezetter van toen, Jochum de Graaf, blikt in deze longread met een aantal medebezetters terug. Hij schetst de bredere context, en gaat daarna in detail in op de gang van zaken, de ‘mediaslag’ en hij bespreekt ten slotte specifiek de rol van Pim Fortuyn, destijds student aan de VU, die in zijn autobiografie ook uitgebreid over deze actie heeft geschreven. Bekijk ook de documentaire 'Dit is het begin. 50 jaar 100-uren-bezetting hoofdgebouw VU'.

I. Context

Voorspel
Voor de aanleiding tot de bezetting van het hoofdgebouw van de VU in februari 1972 kun je teruggaan naar de jaren zestig in Amsterdam: de provotijd, de hippiebeweging, de generatiekloof, de Vietnamprotesten. Maar zeker ook naar ontwikkelingen aan de universiteiten internationaal en in Nederland: Parijs ’68, later dat jaar de bezetting van de Hogeschool (nu: universiteit) in Tilburg, die omgedoopt werd in de ‘Karl Marx universiteit’. En natuurlijk naar 1969, de Maagdenhuisbezetting aan de UvA, moeder van alle bezettingen in Nederland.

Juni 1969 was ook de eerste uiting van het, nog bescheiden, studentenprotest aan de VU. Pakweg zestig studenten togen toen – met hun spandoek ‘Goedemorgen broeders, al nagedacht over het vrije van de VU’ – naar de jaarlijkse VUdag, die dat jaar in Assen plaatsvond. Deze dag was de ledenvergadering van de toenmalige ‘Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag’ (kortweg: ‘de Vereniging’), die destijds via haar college van directeuren de VU bestuurde. Een dag later bezetten de studenten het Provisorium met als eisen een meer democratische bestuursstructuur en medebeslissingsrecht voor alle geledingen. Na een halve dag werden zij op instigatie van prof. G.J. Sizoo, voorzitter van het college van directeuren, door de politie uit het pand verwijderd. Zij brachten de nacht door in de manege van de politiepaarden aan de Amsterdamse Marnixstraat.

goedmorgenbroeders.jpg

De Stuurgroep
Een maand eerder was al een Stuurgroep ingesteld, met een vertegenwoordiging van studenten, hoogleraren en technisch & administratief personeel, die een experimentele bestuursstructuur zou moeten ontwerpen. Jan Siersma (1949), toenmalig student politicologie en activist – ‘ik ben nog uit het Provisorium gesleept’ –, heeft een archiefdoos met agenda’s, notulen en verslagen van de Stuurgroep. ‘Ik had in mijn hoofd dat de Stuurgroep ingesteld was om een uitwerking voor de VU te maken van de Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) van minister Veringa. Dat is onjuist. De instelling van de Stuurgroep was een direct gevolg van de demokratiseringsakties aan de VU eind ’68/begin’69. De wet-Veringa hing toen wel in de lucht, maar werd pas wet in december 1970. Het besluit tot instelling van de Stuurgroep is van 18 of 19 mei 1969, de eerste vergadering was op 1 juli 1969. De bestuurders van de VU, - de colleges van directeuren en curatoren –, zaten ook in de Stuurgroep, maar dat moest wel met een korte bezetting van de bestuursvleugel van het Provisorium worden afgedwongen.’

Het referendum
Belangrijkste wapenfeit van de Stuurgroep was het organiseren van een referendum. De universitaire gemeenschap kreeg de keus uit drie bestuursmodellen: plan A, dat nog veel bij het oude liet, maar wel met beslissingsbevoegdheid voor een universiteitsraad en een dagelijks bestuur met grote invloed van de Vereniging, plan B met een universiteitsraad waarbij de Vereniging het bestuursreglement moest goedkeuren en Plan C waarbij de universiteitsraad zonder bemoeienis van de Vereniging zijn eigen reglement met ruime zeggenschap voor zowel studenten als technisch & administratief personeel mocht vaststellen. Met overgrote meerderheid werd door de studenten en het technisch & administratief personeel, maar zelfs ook door een bescheiden meerderheid van hoogleraren, voor plan C gekozen.

Augustus 1970 volgt echter een brief van directeuren waarin zij aankondigen de uitslag van het referendum niet over te zullen nemen. Grootste bezwaar was het zogenaamde one-man-one-vote systeem: iedereen heeft een gelijke stem in het kiezen van het bestuur. Dat was voor hen absoluut onaanvaardbaar. Bijzonder in de brief is ook de zinsnede: ‘Van alle leden van de universiteitsraad mag worden verlangd, dat zij grondslag en doelstelling van de VU van harte aanvaarden’.

Jan Siersma: in de brief kondigen ze aan: ‘In het najaar zullen er verkiezingen gehouden worden voor een universiteitsraad. Studenten krijgen daarin maar 8 van de 40 zetels. Eerste taak van deze raad is het ontwerpen van een nieuw bestuursreglement. De studenten boycotten toen de verkiezingen voor de voorlopige universiteitsraad. Deze voorlopige universiteitsraad gaat in april ’71 van start. December ’71 ligt er een bestuursreglement. Dat reglement is minder democratisch dan de inmiddels aangenomen WUB, terwijl model C van de Stuurgroep juist verder ging.’

Ontwikkelingen in de studentenbeweging
De handelwijze van de colleges van curatoren en directeuren (C&D) wekt zomer 1970 slechts een beperkt protest op: de meeste studenten zijn op vakantie. De studentenbeweging leidt na de acties van een paar jaar eerder een wat kwijnend bestaan. Aan de VU organiseren de meest radicale studenten zich in zogenaamde Rode Eenheden, min of meer geïsoleerde groepen van slechts enige tientallen leden aan de subfaculteit sociaal-culturele wetenschappen die vooral druk zijn zich te scholen in de marxistisch-leninistische leer.

In die zomer wordt op landelijk niveau, in de zogenaamde grondraden, met een grote invloed van VU-studentenleiders als Albert Benschop en Ton Kee, ook het concept van ‘de politieke vakbond’ ontwikkeld. De radicale studenten zouden zich niet langer in geïsoleerde studieclubs in de marxistische leer moeten bekwamen, maar deze politieke overtuiging moeten verbinden met de materiële belangenbehartiging van studenten, het collegegeld, de studiebeurzen, kamerbemiddeling, zorgverzekering en ook de democratisering. Zomer 1971 worden de verkiezingen voor de SRVU, met een kleine meerderheid door de links-radicale studenten gewonnen. Er wordt een nieuw bestuur samengesteld slechts bestaande uit leden of sympathisanten van de Rode Eenheid.

Wanneer eind ‘71 de colleges van C&D hun nieuwe bestuursreglement publiceren, begint het studentenprotest goed op gang te komen. In universiteitsblad Ad Valvas wordt in een reeks doorwrochte stukken de voorgeschiedenis behandeld; er worden pamfletten opgesteld en verspreid; in alle faculteiten worden vergaderingen belegd. En er worden eisen geformuleerd, met als belangrijkste dat de universiteitsraad het hoogste orgaan moet zijn, met daarin meer zetels voor studenten, waarbij tevens de machtspositie van de Vereniging sterk moet worden verminderd.

Op 18 januari wordt een ultimatum aan de colleges van C&D gesteld: de verkiezingen moeten worden uitgesteld. Het antwoord op deze eis moet binnen zijn op 22 februari vóór 14:00 uur. Er wordt op dat tijdstip een actievergadering gepland in de grote zaal van het gebouw van de Joodse Gemeente aan de Van de Boechorststraat achter het VU-ziekenhuis.

II. De bezetting

De actievergadering
Ton Kee wordt nog steeds licht euforisch wanneer hij terugdenkt aan de grote actievergadering van 22 februari 1972. Er zitten misschien wel zevenhonderd studenten, stafleden en ook een aantal leden van het technisch & administratief personeel in de zaal. Zoveel mensen heeft hij tot dan toe niet bij elkaar gezien in zijn carrière aan de VU. Als ‘fungerend voorzitter’ van de Rode Eenheid zit hij de vergadering voor. Inzet is de vraag wat te doen met de verkiezingen voor de universiteitsraad. De colleges van directeuren en curatoren hebben een reglement opgesteld dat ervanuit gaat dat kandidaten zich vóór 1 maart moeten aanmelden.

Als eerste komt SRVU-voorzitter Karel Drexhage aan het woord. Karel maakt zich boos over het feit dat de directeuren voorafgaand aan de vergadering 15.000 brieven aan de universitaire gemeenschap hebben gestuurd en de redactie van Ad Valvas op het matje hebben geroepen, omdat deze het ultimatum van de SRVU had afgedrukt. Victor Rutgers, lid van de subfaculteitsraad sociaal-culturele wetenschappen, presenteert een concept-reglement van de faculteitsraad waarbij het college van directeuren minder invloed krijgt en de verplichte ondertekening van de grondslag wordt afgeschaft. Harry van den Berg, wetenschappelijk medewerker bij de faculteit sociaal-culturele wetenschappen en oprichter van een comité van progressieve stafleden, argumenteert dat het uitschrijven van verkiezingen voordat er een definitief bestuursreglement is een rare gang van zaken is. Iemand die zich kandidaat stelt is in zijn ogen te vergelijken met ‘een geblinddoekte, die in een lekkende roeiboot stapt, terwijl de senaat voortdurend bezig is de loopplank naar rechts te verschuiven.’

‘Actie! Actie! Actie!’
Ton Kee: ‘En na een uur, of anderhalf uur vergaderen deed ik iets wat een voorzitter eigenlijk niet mag doen. Toen Albert Benschop het voorstel deed om over te gaan tot een sit-in in het hoofdgebouw vroeg ik niet wat de zaal ervan vond, maar keek ik even rond en stelde vast dat het voorstel was aangenomen. Er brak toen een pandemonium los, met allemaal slogans, strijdkreten, Actie!, Actie!, Actie! en Dit Is Hét Begin, Wij Gaan Door Met De Strijd, klappen roffelen op de tafeltjes. En we verzamelden ons voor het gebouw en gingen lopend op weg naar het hoofdgebouw.’

Er is de iconische scène uit de film Bezet uit 1972, waarin twee studenten de balustrade van de tweede verdieping van het hoofdgebouw oplopen en een spandoek ontvouwen met de tekst ‘Medebeslissingsrecht’. Beneden in het gebouw, waar de onderste verdiepingen nog niet zijn afgebouwd en allerlei bouwmateriaal in de kale ruimte rondslingert, wordt een sit-in gehouden.

medbeslissingsrecht.jpgWanneer duidelijk wordt dat het ultimatum niet wordt ingewilligd, wordt overgegaan tot de bezetting. Het hoofdgebouw, op dat moment met zestien verdiepingen het grootste gebouw van Nederland in oppervlak, is nog in aanbouw en de medewerkers van de besturende colleges zijn nog maar kort daarvoor naar de bestuursvleugel op de tweede verdieping verhuisd. Dit gedeelte is vrij gemakkelijk van de rest van het gebouw te isoleren en met een beperkt aantal kettingsloten op strategische plekken is ook de toegang tot de hogere verdiepingen van het gebouw eenvoudig af te sluiten. Die dinsdag aan het eind van de dag, kost het weinig moeite om de nog aanwezige medewerkers vriendelijk doch dringend te vragen hun kamers te verlaten.

Organisatie
Vervolgens kan de organisatie verder op poten worden gezet. Er gaan studenten in groepjes naar Uilenstede en universiteitsgebouwen in de stad met pamfletten om mensen over te halen mee te gaan doen. Velen halen slaapzak, tandenborstel en washand op, en binnen een paar uur zijn er honderden bezetters in het gebouw. Er wordt een ordedienst ingesteld, die in de gangen en bij de liften en de trapportalen gaat patrouilleren. Er wordt een voedselploeg geformeerd die voorbereidingen voor het ontbijt de volgende ochtend gaat treffen.

Het is opvallend dat de bezetters geen enkele tegenstand van het VU-personeel ondervinden. Sterker nog: de koffiejuffrouwen zijn solidair en blijven nog wat langer om te helpen met het uitschenken van thee en koffie. En ook de mannen van de technische dienst hebben kennelijk geen instructie gekregen om zich tegen de bezetting te keren en ondersteunen de ordedienst om de toegang tot het gebouw zo efficiënt mogelijk in de gaten te houden.

III. De mediaslag rond de bezetting

Discussie en ontspanning
Nadat de bezetters de eerste nacht, weliswaar met weinig slaap, redelijk rustig zijn doorgekomen, kan op woensdag de organisatie verder op poten worden gezet. Er wordt een voedselploeg gevormd, die ervoor moet zorgen dat vijfhonderd bezetters in ieder geval ’s ochtends een ontbijt krijgen en ’s avonds een warme maaltijd. De ordedienst gaat in ploegendienst werken: acht uur op, acht uur af.

De bezetters gaan in faculteitsgroepen vergaderen. Ze bespreken, behalve het verloop van de bezetting, ook uitgebreid hoe ze hun eigen faculteit kunnen democratiseren. En er wordt een ontspanningsploeg gevormd onder de charismatische aanvoering van Tim Meeuws en Elli Izeboud, die met liederen en leuzen de stemming er goed inhouden. Het lied ‘Hang de rode vlag maar buiten’ op de wijs van ‘Glory, glory, Hallelujah’ groeit uit tot dé hit van de bezetting.

ontspanning.jpg

Journaal
De VU-bestuurders laten vooralsnog niks van zich horen. Wel hebben ze een persbericht doen uitgaan waarin zij de bezetting scherp veroordelen. Henkjan van Vliet, persfunctionaris van de bezetters: ‘Die woensdagochtend kregen we lucht van het feit dat curatoren en directeuren in Hotel Polen vergaderden en een persconferentie zouden geven waar het NOS Journaal bij aanwezig zou zijn. Daar moesten wij natuurlijk ook bij zijn. We hebben toen een auto gecharterd van Henk Krol, de latere 50Plus voorman, en reden naar het Rokin. De vergaderzaal van directeuren kwamen we niet binnen, maar in het voorgeborchte zat de toen zeer bekende nieuwslezer Fred Emmer, die vroeg: ‘Zijn jullie van de bezetting?’. Wij: ‘Ja’, toen was het van ‘oh, oh, kunnen jullie een statement geven’. ‘Ja, natuurlijk’. Ik heb dat toen gedaan en kreeg nog het compliment van Fred Emmer dat het in een keer goed was’. Bij meneer Jonker, de voorzitter van de tijdelijke universiteitsraad, een toch geslepen jurist met zijn ruime ervaring, moest het drie keer over. En ’s avonds was ik dus in het Journaal en was heel Nederland op de hoogte van de bezetting’.

De openbare vergadering
Donderdag is er een openbare vergadering van de tijdelijke universiteitsraad (UR), waar ook een vertegenwoordiging van de senaat, bestuursorgaan van de hoogleraren, en van de colleges van C&D aanwezig waren. Volgens de VU-bestuurders was deze vergadering al lang tevoren gepland. Voor de meest betrokkenen, en niet in de laatste plaats de bezetters, was het duidelijk dat hier ook de actuele stand van zaken met de bezetting aan de orde zou komen. Rond de tachtig bezetters namen plaats op de publieke tribune en tot verrassing van menigeen kreeg SRVU-voorzitter Karel Drexhage drie minuten spreektijd.

Karel Drexhage: ‘Ik heb toen nogmaals onze eisen uitgelegd: dat we uitstel van de verkiezingen wilden, meer tijd om een goed bestuursreglement op te stellen, dat we meer invloed van de studenten en minder invloed van de Vereniging in de samenstelling van de UR wilden en dat we af wilden van de verplichte ondertekening van de grondslag, die in onze ogen als een politiek selectie-instrument werd gebruikt. Aan het eind van de vergadering begonnen Sizoo en de heer Van Andel nogal ernstige kritiek op de bezetters te uiten. We werden voor alles wat slecht en lelijk was uitgemaakt. Ik werd daar toen zo kwaad over, dat ik onmiddellijk wilde reageren. Maar ik was nog niet begonnen of ik werd de mond gesnoerd door UR-voorzitter Jonker die op luide toon een gebed inzette…. Een echt gereformeerde rotstreek 😉.’

Uitkomst van de UR-vergadering was wel dat een motie aangenomen werd waarin aangedrongen werd om te bezien of er een uitstel van de kandidaatstelling voor de UR-verkiezingen kon komen en dat een redactiecommissie ingesteld kon worden die nog eens naar het bestuursreglement zou kijken. Een kleine opening voor een uitweg, zo leek het. C&D kondigden aan dat ze later die dag met een reactie zouden komen.

Het communiqué
Vlak voor middernacht donderdag 24 februari wordt een ‘Communiqué van het VU-bestuur’, gericht aan K. Drexhage, afgeleverd bij de ordedienst op de tweede verdieping. In vijf punten wordt op de nu al dagenlang durende bezetting ingegaan, waarbij onder andere wordt opgemerkt dat er mogelijk grote schade in het gebouw was aangericht.

Henkjan van Vliet: ‘Toen ik het ANP belde met de mededeling dat we daar wel op wilden reageren, bleken ze dat hele communiqué niet te hebben ontvangen. Ik heb toen op de achterkant ons eigen ‘Kommunikee’ getikt, waarin ik kon melden dat er onder andere een tochtdeurhandgreep kapot was gegaan; dat woord heeft toen nog de ochtendkranten gehaald. Maar helemaal onderaan het bericht van het VU-bestuur stond nog wel een speciale zinsnede, dat je als een soortement van opening zou kunnen opvatten. Ze schrijven ”dat zij zich zullen beraden over het eventueel benutten van wellicht enige aanwezige ruimte in het tijdschema voor de verkiezingen wat betreft de termijn van kandidaatstelling”…’

sizoo.jpg

IV. Pim Fortuyn en het einde van de bezetting

Zenuwenoorlog
In zijn autobiografie, postuum (her)uitgegeven onder de titel Autobiografie van een babyboomer (Karakter Uitgevers, 2002), schrijft Pim Fortuyn: ‘Ik sluit mijn periode aan de VU in het voorjaar van 1972 af als voorzitter van de honderduren-bezetting van het hoofdgebouw aan de De Boelelaan.’ Inzet van de bezetting is volgens hem de afwijzing van de uitslag van het referendum door de senaat en de colleges van directeuren en curatoren. Na de bezetting van de bestuursvleugel week ‘de leiding van de VU’ uit naar het Esso Motor Hotel, iets verderop op de De Boelelaan en ‘vandaaruit begint de zenuwenoorlog. Het is dreigen en kietelen’.

Volgens Fortuyn besluit het VU-bestuur burgemeester Samkalden te vragen om het hoofdgebouw door de politie te laten ontruimen. Fortuyn zou vervolgens zelf contact met Samkalden hebben opgenomen en te horen hebben gekregen dat die helemaal niet voelt voor een gewelddadige ontruiming. Wanneer hij vervolgens de VU-bestuurders met deze kennis confronteert zijn ze ‘stomverbaasd over het feit dat ik het weet’.

Ramkoers
Fortuyn schildert prof. Sizoo, president-directeur van de VU, af als een ‘zeer onsympathieke, buitengewoon autoritaire man’. Sizoo zou besloten hebben tot een ramkoers; dat zou ook bij hem passen als man met ‘een Indisch verleden’ die nog gevochten heeft ‘bij het KNIL, waaraan hij een zwaargehavend gelaat heeft overgehouden’. Sizoo zou gedreigd hebben de stroomtoevoer naar het gebouw af te laten snijden, een in Fortuyns ogen gevaarlijk dreigement omdat er geen raam in het gebouw open kan. ‘Op dat moment grijpt Gayus in en verzoekt mij samen met hem de vergaderzaal te verlaten’.

Gayus is de oude De Gaay Fortman, rector magnificus, door intimi ‘Gaius’ genoemd, waartoe Pim Fotuyn zich kennelijk ook rekent. Samen stellen ze, in de lezing van Fortuyn, een ‘ingenieuze persverklaring’ op. Fortuyn beschrijft dan uitvoerig dat hij dat compromis na lang praten door de bezetters aanvaard krijgt. En hij zou ook nog Fortman en het VU-bestuur op de knieën hebben gekregen, nadat die op een eerder gedane toezegging terug wilden komen. Wanneer hij dat aan de bezetters vertelt, klinkt er een oorverdovend gejuich en wordt er uitbundig feest gevierd. Pim: ‘Nooit meer heb ik zo’n geweldig feest meegemaakt, zo ontspannen en zo verbroederend’. De volgende ochtend, dat is dus de zaterdagochtend, vond nog een laatste plenaire vergadering plaats en gingen schoonmaakploegen van vrijwilligers door het gebouw. Pim: ‘Om twaalf uur draag ik een spic-en-span hoofdgebouw over aan het bestuur van de VU. De honderduren-bezetting is ten einde’.

bezetting-4.jpg

De werkelijke rol van Pim
Het is misschien wat flauw om op te merken dat er van het hoofdgebouw geen sleutel bestaat en er niet zoiets als een overdracht heeft plaatsgevonden. Echter, ook bijna alle andere wapenfeiten die Fortuyn memoreert, berusten op hele of halve onwaarheden. Volgens universiteitshistoricus Ab Flipse, die veel over Sizoo heeft geschreven, is Sizoo nooit in Indonesië geweest en is het litteken in zijn gezicht veroorzaakt doordat hij als kind een ketel theewater in zijn gezicht kreeg. En het is genoegzaam bekend dat de aanleiding voor de bezetting van februari ’72 niet lag in het afwijzen van de uitslag van het referendum door C&D in augustus ’71.

Ton Kee, de enige echte voorzitter van de bezettingsraad, die niet lang na de bezetting, net als Fortuyn, naar Groningen verhuisde - waar hij een lectoraat in nota bene de theorie van het marxisme zou vervullen – stelt het heel duidelijk: ‘Pim kwam pas in de laatste dagen bij de bezetting en wist zich al snel in de leiding te wurmen. Wat hem ook lukte was zich op te dringen in de delegatie die met het VU-bestuur ging onderhandelen, omdat hij vond dat hij daar goed in was. Wat hij zogenaamd vergeet te melden is dat ook Albert Benschop, die een veel belangrijker rol speelde, daar deel van uit maakte. Maar nog opvallender is dat het hele verhaal over Samkalden grote flauwekul is. In werkelijkheid bemiddelde het gemeenteraadslid Nora Salomons tussen het VU-bestuur en de gemeente.

jongefortuyn.jpgDe hele kwestie en Pims rol bij de bezetting is uitgebreid behandeld in het boek De jonge Fortuyn van Leonard Ornstein, met commentaar van onder andere Elli Izeboud, mijzelf en Albert. Albert zegt daarin: ‘Dat hele “activistische verleden” is een door Pim zelf zorgvuldig opgebouwde mythe. In geen enkel opzicht kan Pim als een van de leiders van de bezetting worden betiteld. Wel heeft hij een van de laatste bezettingsvergaderingen voorgezeten. Dit had mede te maken met het feit dat ik inmiddels zo uitgeput was, dat ik even op adem moest komen. Maar het meest frappant is natuurlijk dat Pim niet alleen een loopje neemt met de aanleiding voor de bezetting maar vooral ook totaal niet vermeldt wat het compromis nu inhield’.

Het momentum van de bezetting
Zonder uitzondering beschrijven alle betrokkenen het resultaat van de bezetting als ‘mager’. Pieterjan van Delden, SRVU-voorzitter in de jaargang ’70-’71 en redacteur van Ad Valvas die vanwege zijn te kritische verslaggeving een week na de bezetting werd ontslagen: ‘Het compromis stelde niet veel voor en het was om tactische redenen dat we zeiden: we stoppen ermee. We zitten op het hoogtepunt van ons succes en we gaan het op een andere manier doorzetten.’ Victor Rutgers: ‘Wat we binnengehaald hadden was maar zeer beperkt. De inschatting was dat verder bezetten geen zin had; dat wat ons te doen stond was incasseren wat we aan steun hadden ontwikkeld binnen de universiteit de afgelopen honderd uur. Dus we hebben op dat moment niet geïncasseerd maar een half jaar daarna wel.’

Kern van het compromis was dat de kandidaatstelling met veertien dagen verlengd zou worden, dat er nog discussie kon komen over het bestuursreglement en dat er nog eens nagedacht zou worden over de verplichte ondertekening van de grondslag. Gelijk na de bezetting wordt een breed samengesteld Comité Democratisering ingesteld, met vertegenwoordigers uit alle universitaire geledingen en een secretariaat waar oud-bezetters Henkjan van Vliet en Pim Fortuyn deel van uitmaken, dat met voorstellen voor wijziging van het bestuursreglement kan komen. In de eerste week van maart wordt al overeenstemming bereikt over een andere zetelverdeling: studenten, wetenschappelijk personeel en technisch & administratief personeel krijgen ieder 11 zetels, de Vereniging mag 7 vertegenwoordigers afvaardigen. Dit is geheel in lijn met de wet-Veringa, die overigens ook tot gevolg heeft dat de colleges van C&D worden vervangen door een nieuw college van bestuur. Later dat jaar kwam in plaats van het verplicht ondertekenen van de doelstelling de zogeheten dan wel-verklaring, die inhield dat men tenminste naar vermogen in de geest van de doelstelling te werk zou gaan bij het besturen van de universiteit.

Behalve aan de studentenbeweging gaf de bezetting ook een enorme boost aan de progressieve beweging aan de VU, in alle faculteiten sloten wetenschappelijk medewerkers zich aan bij het progressieve Stafcomité, waar de in 2021 overleden Harry van den Berg, een prominente rol in speelde. En ook menig lid van het VU-personeel sloot zich bij de progressieve beweging aan, bij de onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden werd de ABVA-KABO de grootste vakbond in het tot dan toe stevige CNV-bolwerk.

Erica Burggraaff, oud-bezetter in de film Dit is het begin: ‘De bezetting heeft een enorm momentum gegenereerd voor de democratiseringsgedachte. Iedereen heeft het erover gehad, iedereen vindt er iets van. We kunnen ook niet meer terug. We gaan niet meer terug in ons hok.’


Jochum de Graaf studeerde van 1970 tot 1978 sociologie aan de VU. Tot zijn pensionering in 2018 was hij projectleider bij achtereenvolgens de Stichting Burgerschapskunde, het Instituut voor Publiek en Politiek en ProDemos Huis voor democratie en rechtsstaat, waar hij vanaf het begin, 1989, verantwoordelijk was voor de StemWijzer. Bij de 100-urenbezetting was hij lid van de ordedienst en werd niet lang daarna redacteur van studentenblad Pharetra. Met documentairemaker Willem Wisselink maakte hij de documentaire 'Dit is het begin'.
Op 25 februari gaat de documentaire ‘Dit is het begin’ in première. Meer info en aanmelden: klik hier.

 


Deel dit artikel