Eind deze maand verschijnt het boek Wanneer toch mijn liefste? Anna Noordmans en Hantje van Dijk, een liefdesgeschiedenis in de schaduw van de Doleantie, dat onder meer ‘een inkijkje van onderaf’ geeft in de vroege geschiedenis van de VU. Het is geschreven door dr. Jan Dirk Wassenaar, predikant van de Protestantse Gemeente te Hellendoorn en geassocieerd onderzoeker aan de Protestantse Theologische Universiteit.

In 1884 kregen Anna Noordmans en Hantje van Dijk verkering. Totdat ze in 1890 trouwden, hebben ze met elkaar gecorrespondeerd. Anna schreef de meeste brieven in Scharnegoutum, Friesland, waar ze in een boerengezin opgroeide. (Haar halfbroertje Oepke zou later bekend worden als de theoloog dr. O. Noordmans.) Over haar jaren als jongvolwassen vrouw lag nog iets van de naschemer van het (Friese) Reveil, haar brieven weerspiegelen het geestelijke en kerkelijke klimaat in het voorlaatste decennium van de negentiende eeuw in de Friese Zuidwesthoek. De brieven van Hantje, die student theologie aan de VU was, geven een goede indruk van het reilen en zeilen van die instelling in haar begintijd. Tevens bieden ze inzicht in de Doleantie van 1886 in de hoofdstad van ons land en in het gereformeerde kerkelijke leven aldaar sinds die breuk op het kerkelijke erf.
In zijn brieven vertelt Hantje onder  meer over het studentenleven aan de VU. Zo komen bijvoorbeeld aan bod:

Zijn ontgroening ten huize van Abraham Kuyper, en wel onder leiding van diens zoon Herman, die ouderejaars was (en later hoogleraar kerkgeschiedenis zou worden). Hantje had onder meer op een fluit moeten spelen, ‘waar ik natuurlijk niets van kon’, en zijn liefde moeten verklaren aan een Minervabeeld, ‘wat ik niet anders wilde doen dan door een paar regels aan te halen uit een Friesch versje’.

Het reilen en zeilen van het studentencorps. Op enig moment heeft hij voor het corps bedankt, omdat hij zich niet kon verenigen met ‘de zucht om zogenaamd ‘studentikoos’ te zijn’ waarvan in die kring sprake was, onder meer in het ‘boemelen’.

De gang van zaken bij colleges, tentamens en promoties. Zo schrijft hij: ‘De studenten zitten op banken vóór breede tafels, achter elkaar. (…) we krijgen anders college op een van de zalen, die zich boven in de kerk bevinden (…) Als er echter stellingen moeten verdedigd worden, zitten wij op stoelen voor een tafeltje dat voor de preekstoel staat en Prof. K. zit in een van de dwarsbanken toe te luisteren, hoe de studenten elkaar aanvallen en zich verdedigen.’

  Ontvangsten bij sponsor Willem Hovy van de VU en over theevisites en diners ten huize van hoogleraren. Zo heeft Hantje een keer deze uitnodiging van prof.dr. F.L. Rutgers gekregen: ‘Amice, Zoudt gij mijne vrouw en mij het genoegen kunnen doen, a.s. Vrijdag 22 Nov. te half zes ure familiaar bij ons te komen eten? Een gunstig antwoord zal zeer aangenaam zijn aan t.t. F.L. Rutgers.’

Een op zijn studentenkamer met dr. Ph.J. Hoedemaker gevoerd gesprek over diens ontslag als hoogleraar. Uit het ‘verbatim’: ‘Wij: Is u vast besloten Prof. uw Professoraat neer te leggen? Prof: Ja, het is me niet mogelijk langer mijn positie vol te houden; ik geloof niet dat ik ’t tot één April uithoud, hoewel deze stap mij niet gemakkelijk valt. Prof Gunning feliciteerde mij, toen ik mijn ontslag gevraagd had, maar ik schreef hem terug, dat het mij smartte met zoo iets gefeliciteerd te worden; toch zou het voor mij een zedelijke zelfmoord zijn langer te blijven. Wij: Denkt u dan weer Dominé te worden Prof?’

collegerooster.jpg

Het collegerooster dat Hantje aan Anna doorgaf

Deskundigen over Wanneer toch mijn liefste?
- Dr. Maarten Aalders, auteur van 125 jaar Faculteit der Godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit: ‘Het is fascinerende lectuur voor de liefhebber, die een buitengewoon inkijkje geeft in het leven van twee jonge mensen die midden in de kerkstrijd uit de jaren tachtig van de 19e eeuw zaten.’
- Prof.dr. Martien Brinkman, emeritus-hoogleraar Oecumenische en Interculturele Theologie aan de VU: ‘Het is een ware Fundgrube voor de vroege geschiedenis van de VU.’
- Dr. Ab Flipse, universiteitshistoricus van de VU: ‘Het bevat materiaal om van te smullen. De stukken over de VU geven echt een inkijkje van onderaf, dat nog nauwelijks bekend was. Belangrijk is nu eenmaal het laten spreken van de bronnen zelf, omdat dat prachtig materiaal is.’
- Prof.dr. Bart Wallet, voormalig directeur van het HDC/Centre for Religious History te Amsterdam: ‘Het biedt een fascinerend beeld van het protestantse leven aan het einde van de 19e eeuw en is met veel inlevingsvermogen geschreven. De familieleden komen je op bepaalde momenten werkelijk nabij. Bijzonder en uniek materiaal.’

Het boek Wanneer toch mijn liefste? is met steun van onder andere het Publicatiefonds van de VUvereniging uitgegeven. De boekpresentatie is op zaterdagmiddag 25 juni om 15.00 uur in de Martenskerk, Achterbuorren 2, 8629 RB Scharnegoutum. Prof.dr. Kees van der Kooi zal dan een lezing houden getiteld ‘Anna Noordmans en Hantje van Dijk in de naschemer van het Friese Reveil, in de schaduw van de Doleantie’. Van der Kooi was jarenlang hoogleraar westerse systematische theologie aan de VU. Momenteel is hij verbonden aan Erasmus Economics and Theology Institute in Rotterdam. Zie voor meer informatie over het programma op 25 juni: www.jdwassenaar.nl. Opgave vóór 20 juni via Dr.J.D.Th.Wassenaar@hetnet.nl.

Dr. Jan Dirk Wassenaar, Wanneer toch mijn liefste? Anna Noordmans & Hantje van Dijk, een liefdesgeschiedenis in de schaduw van de Doleantie. Uitgeverij Royal Jongbloed, Heerenveen; paperback, 506 p., 135 historische foto’s; formaat: 16 x 24 cm. ISBN 9789088973185. Prijs: € 29,99.

 


Deel dit artikel