De op 26 december 2021 overleden Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu (1931-2021), bezocht op 16 juni 2007 voor de eerste keer de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit was ter gelegenheid van de start van het Desmond Tutu Programma aan de VU, een initiatief om de wetenschappelijk samenwerking tussen Nederland en Zuid-Afrika te stimuleren. De Vrije Universiteit heeft oude, maar ook omstreden banden, met Zuid-Afrikaanse universiteiten. In 2014 schreef Harry Wels een artikel onder de titel: “‘Trots’, ‘eer’ en ‘medeplichtigheid’: de Vrije Universiteit en Zuid-Afrika” over deze complexe geschiedenis in relatie tot recente initiatieven als het Desmond Tutu Programma. Het hele artikel is onderaan de pagina te downloaden als pdf.

Enkele fragmenten uit het artikel:

‘De Vrije Universiteit (VU) is op een bepaalde manier trots op haar historische banden met Zuid-Afrika, die voornamelijk gebaseerd zijn op relaties met de voormalige Afrikaner universiteiten.’ Toen de VU in oktober 1880 door Abraham Kuyper werd geopend, lag er al een felicitatie van het Theologisch Seminarie in Burgersdorp, de latere Potchefstroomse Universiteit vir Christelike Hoër Onderwys, op zijn bureau. De banden tussen de VU en de Afrikaanse Boeren paste in de algemene waardering binnen Nederland die haar hoogtepunt beleefde ten tijde van de Tweede Boerenoorlog, maar de waardering aan de VU kwam ook voort uit gevoelens van geloofsverwantschap. De contacten zouden in de loop der tijd steeds intensiever worden. ‘Kan de VU trots zijn op haar levenslange relaties met Zuid-Afrika? Kan de VU eer ontlenen aan haar geschiedenis in en met Zuid-Afrika?’

Deze vraag klemt des te meer, omdat er nog een andere kant aan het verhaal zit:

‘Zuid-Afrika zelf is ook een trots land en veel Zuid-Afrikanen zijn trots op hun land. Men is trots op de grote leider Nelson Mandela, die wereldwijd symbool staat voor de strijd tegen en de overwinning op apartheid; men is trots op het feit dat het land na de officiële afschaffing van apartheid niet ontaard is in een door velen voorspelde en gevreesde burgeroorlog. Dat geeft de paradoxale situatie waarbij men als Zuid-Afrikaanse natie dus trots lijkt te zijn op het feit dat de afschaffing van de apartheid niet ontaard is in een orgie van geweld, terwijl tegelijkertijd de ‘etnische trots’ van de diverse groepen veelal gebaseerd lijkt op zeer gewelddadige historische gebeurtenissen tussen die groepen die nu samen de Zuid-Afrikaanse samenleving vormen.’

‘Gegeven deze complexe, historisch gegroeide situatie van identificatie en disidentificatie, is de vraag interessant waar de Vrije Universiteit Amsterdam in relatie tot Zuid-Afrika nu precies trots op kan zijn. Met andere woorden, bij welke trots zoekt de VU aansluiting in Zuid-Afrika? In het bijzonder is in de context van de lange historische lijnen van ongelijkheid en de medeplichtigheid van intellectuelen aan apartheid in Zuid-Afrika de vraag relevant hoe de VU zich daartoe concreet verhoudt.’

De VU en Zuid-Afrika tijdens de apartheid

‘Toen in 1948 in Zuid-Afrika de Nasionale Party onder leiding van D.F. Malan aan de macht kwam en apartheid in toenemende mate juridisch werd verankerd en tot officieel beleid werd gemaakt, veranderde de relatie tussen de VU en Zuid-Afrika geleidelijk aan. De Afrikaner universiteiten in Zuid-Afrika legitimeerden in veel gevallen de ontwikkeling van apartheid, en de machtige maar geheimzinnige Afrikaner Broederbond bestond voor een groot deel uit Afrikaners die hun universitaire opleiding aan een Afrikaner universiteit hadden gevolgd en de Potchefstroomse Universiteit was daarin een belangrijke schakel. In die zin waren Afrikaner universiteiten en hun (internationale) netwerken van intellectuelen medeplichtig aan apartheid, inclusief de VU. De krachtige antiapartheidsbeweging in Nederland trok echter ook binnen de VU brede sporen: ‘(d)e emoties laai(d)en hoog op’ en die leidden er in 1974 toe dat de banden met Zuid-Afrika – lees Potchefstroomse Universiteit (‘vir CHO’, zoals het kortheidshalve werd uitgedrukt) – officieel werden verbroken. Het eredoctoraat dat de VU in 1972 verleende aan de Afrikaner dominee Beyers Naudé, medeoprichter van het Christelyk Instituut, die zich fel en op grond van argumenten en overwegingen ontleend aan het christelijke geloof verzette tegen de apartheid, werd ‘gezien als een ondubbelzinnige steun van de VU aan de strijd tegen elke vorm van rassendiscriminatie in Zuid-Afrika’.

VU-initiatieven na de apartheid

‘Op de bekende toespraak van F.W. de Klerk op 2 februari 1990, waarin hij het African National Congress (ANC) uit de ban haalde en Nelson Mandela vrijliet, werd door de VU ‘snel en zeer positief’ gereageerd. De VU gaf als eerste Nederlandse universiteit aan ‘concreet te willen bijdragen aan de opbouw van het nieuwe Zuid-Afrika’. Vanaf 2003 wordt in de vorm van het ‘speerpuntenbeleid’ van de VU binnen de internationalisering onder andere gekozen voor Zuid-Afrika.’

‘Symbolisch lijkt het geen toeval te zijn dat het wellicht meest toonaangevende onderdeel van het Zuid-Afrika-programma van de VU een omvangrijk PhD-programma is voor Zuid-Afrikaanse PhD’s, dat de naam draagt van Desmond Tutu, naar de gewezen voorzitter van de niet onomstreden Waarheids- en Verzoeningscommissie in Zuid-Afrika, die als geen ander de persoonlijke belichaming is van de soms pijnlijke morele reflecties op het eigen functioneren in relatie tot ‘de ander’. Het Desmond Tutu Programma aan de VU is geïnstalleerd toen de aartsbisschop emeritus de VU in 2007 bezocht op Youth Day in Zuid-Afrika (16 juni). De ironie in het licht van de betrokkenheid van de VU met Zuid-Afrika is dat op Youth Day wordt herdacht dat in 1976 schoolkinderen in Soweto de straat op gingen om te protesteren tegen de invoering van het Afrikaans als officiële taal in het onderwijs. Dit protest werd met geweld neergeslagen door de Zuid-Afrikaanse politie, met talloze doden als gevolg. Deze gebeurtenis is in het wereldgeheugen gegrift door de iconische foto van Sam Nzima, waarop de dode Hector Pieterson wordt weggedragen door een jonge man in overall, Mbuyisa Makhubo, terwijl Hectors wanhopige zuster, Antoinette, er naast loopt. De eerste reis van de zogenoemde ‘Desmond Tutu-hoogleraren’ van de VU naar Zuid-Afrika in 2009 is dan ook bewust gestart met een symbolisch bezoek aan het Hector Pieterson Memorial en Museum in Orlando West in Soweto. Volgens Desmond Tutu heeft een gewelddadige samenleving immers alleen een toekomst als er eerst vormen van verzoening worden gezocht.’

‘De VU is trots op dit programma, getuige het feit dat het Zuid-Afrika-programma binnen het thema internationalisering prominent in het Instellingsplan 2015-2020 is opgenomen. Maar zijn medeplichtigheid en trots voor de VU met elkaar te verzoenen? Dit is een moeilijke vraag om te beantwoorden, voor een deel omdat het niet een rationeel-analytische of conceptuele vraag betreft, maar eigenlijk een morele. In de geest van het gedachtegoed van Desmond Tutu, als naamgever van het voornaamste programma van de VU in Zuid-Afrika, ben ik toch geneigd om deze vraag te beantwoorden met: ja, die zijn wellicht met elkaar te verzoenen. Het is hiervoor echter van doorslaggevend belang dat er daarbij door de VU wel vanuit een perspectief van een onderkenning van medeplichtigheid en daaruit voortvloeiende bescheidenheid wordt geopereerd. ‘Verzoening’ is weliswaar een sleutelwoord, maar hierbij moet ten ene male worden vermeden dat het verleden met een grote ‘mantel der liefde’ wordt toegedekt. Medeplichtigheid dient recht in de ogen te worden gezien, te worden geëxpliciteerd en als stap naar een toekomst van verzoening te worden gezien. Op deze wijze kan de VU op een bepaalde wijze eer leggen in en trots zijn op haar bijdrage aan het mede vormgeven aan de toekomst van Zuid-Afrika.’

Conclusie

‘De Vrije Universiteit kent een lange geschiedenis in Zuid-Afrika. Het is een geschiedenis die nauw verweven is met de turbulente nationale geschiedenis van nationale Nederlandse relaties met Zuid-Afrika met de Boeren rond de eeuwwisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw en met de opkomst en ondergang van apartheid in de tweede helft van de twintigste eeuw. Het is ook een geschiedenis die samenhangt met de wetenschappelijke legitimatie van de gewelddadige en repressieve aspecten van apartheid. Is het mogelijk om daar trots op te zijn en er eer in te onderkennen? Het morele antwoord op deze vraag is gegeven in de sporen van Desmond Tutu, die wereldwijd pleit voor verzoening en vergeving als enige basis voor een vreedzame toekomstige wereldsamenleving. Het is een boodschap van hoop die wellicht in de context van veel van de uiterst gewelddadige recente ontwikkelingen in de wereld (politiek) naïef en ‘soft’ overkomt. Ter afsluiting zou ik daarom opnieuw de spiegel van Zuid-Afrika willen voorhouden: met deze boodschap van hoop, mede door Nelson Mandela met zoveel kracht uitgedragen en nageleefd, is een, naar de mening van velen, bloedige en gewelddadige burgeroorlog in Zuid-Afrika in 1994 en tot op heden voorkomen. Zo politiek krachtig kunnen die boodschap en oproep werken!’

Fragmenten uit: Harry Wels, '‘Trots’, ‘eer’ en ‘medeplichtigheid’: de Vrije Universiteit en Zuid-Afrika', Proces 2014, p. 440-448. Download het hele artikel als pdf.

 


Deel dit artikel