In Den Haag bevindt zich op de begraafplaats Oud Eik en Duinen het 'Familiegraf Dr. A. Kuyper'. Abraham Kuyper werd op 12 november 1920 op deze begraafplaats begraven. Hij was de belangrijkste initiator bij de totstandkoming van de Vrije Universiteit in 1880. Met Frederik Lodewijk Rutgers behoorde hij in 1879, al voor de feitelijke oprichting ervan, tot de twee eerste hoogleraren van de universiteit. In dit artikel, onderdeel van een reeks over het funeraire erfgoed van de eerste generatie VU-hoogleraren, gaat Bert Lever in op zijn leven en vooral ook op zijn levenseinde en begrafenis.

Abraham (Bram) Kuyper (officieel Kuijper) werd op 29 oktober 1837 geboren in Maassluis. Zijn vader was Jan Frederik Kuijper (1801-1882), die daar toen predikant was; zijn moeder Henriette Huber (1802-1881). In 1841 verhuisde het gezin naar Middelburg, waar Jan Fredrik predikant werd, en in 1849 naar Leiden, waar hij tot zijn dood predikant zou blijven. Als kind kreeg Bram thuisonderwijs van zijn vader. Hierna ging hij naar het gymnasium in Leiden om daar in 1855 theologie te gaan studeren; hij promoveerde in 1862. In 1863 trouwde Kuyper met Johanna Hendrika Schaaij (1842-1899) met wie hij acht kinderen kreeg (drie meisjes en vijf jongens). Zij overleed onverwacht op 25 augustus 1899 in het Zwitserse Meiringen en werd daar begraven. Zelf overleed Kuyper op 8 november 1920.

Predikant
Na zijn studie werd Kuyper in 1863 predikant in het Betuwse dorpje Beesd; zijn vader bevestigde hem in het ambt. In Beesd kwam hij onder de indruk van de gereformeerde orthodoxie van Calvijn terwijl hij voordien meer vrijzinnig was. In 1867 werd hij predikant in Utrecht en drie jaar later in Amsterdam. Daar werd hij steeds meer politiek actief. Toen hij in 1874 in de Tweede Kamer gekozen werd, ging hij als predikant met emeritaat.

Kuyper was een goed organisator en spreker en had zich inmiddels ontwikkeld tot voorman van de orthodoxen binnen de Hervormde Kerk. Uiteindelijk zou hij in 1886 de uittocht van grote groepen orthodoxe protestanten uit de Hervormde Kerk bewerkstelligen (de zg. Doleantie). In 1892 zouden de dolerenden samengaan met een in 1834 afgescheiden groep, waarbij de  Gereformeerde Kerken in Nederland ontstonden

Politiek en journalistiek
Kuyper ging dus in 1874 de politiek in. Hij hoopte zo meer invloed voor het orthodoxe volksdeel (veelal 'kleine luyden') te kunnen uitoefenen. Alhoewel hij de Kamer na drie jaar al verliet, betekende dit niet het einde van zijn politieke activiteiten. In 1879 richtte hij de eerste politieke partij in Nederland op, de Anti-Revolutionaire Partij (ARP; in 1980 opgegaan in het CDA). Voor deze partij kwam hij in 1894 in de Tweede Kamer. Van 1901 tot 1905 was hij 'Voorzitter van den Ministerraad' (minister-president) en van 1913 tot zijn dood in 1920 lid van de Eerste Kamer.

Abraham Kuyper op zijn werkkamer in Den Haag. Behalve politicus was Kuyper ook een begenadigd journalist. Via de journalistiek wist hij zijn achterban te bereiken en te mobiliseren. Aanvankelijk schreef hij voor De Heraut, een weekblad voor de orthodoxe stroming binnen de Hervormde Kerk. In 1870 werd hij er hoofdredacteur van. In 1872 staakte hij de uitgave om zich te kunnen wijden aan het door hem opgerichte dagblad, De Standaard, dat een veel bredere inhoud kreeg dan De Heraut. In 1877 liet Kuyper het weekblad evenwel opnieuw verschijnen; het zou tot 1945 het belangrijkste kerkblad van de Gereformeerde Kerken zijn. Na diens dood tekende hoofdredacteur Pieter Brouwer (1868-1926) van het Friesch Dagblad in zijn krant Kuyper als journalist als de 'grootmeester der Nederlandsche dagbladpers' die in zijn goede tijd 'met forschen armzwaai de maat aangaf'.

Universiteit
Kuyper wordt beschouwd als de grondlegger van de Vrije Universiteit en behoorde samen met zijn 'medestrijder' F.L. Rutgers (1836-1917) tot de eerste twee hoogleraren die door het bestuur van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag (nu VU-vereniging) al in 1879 benoemd werden, nog voordat de universiteit, op 20 oktober 1880, officieel van start zou gaan. Bij die start kende de universiteit overigens slechts vijf hoogleraren. Kuyper fungeerde het eerste jaar als rector magnificus, hij zou het later nog drie keer zijn. Met deze universiteit was Kuyper in staat om eigen 'orthodoxe' theologen (predikanten!) op te leiden. Zelf werd hij er hoogleraar in de theologie (en de letteren). Toen hij in 1901 minister-president werd, nam hij ontslag als hoogleraar.

Levenseinde
In zijn laatste levensjaren werd Kuyper steeds zwakker en moest steeds meer functies neerleggen. Toen het tegen het einde van zijn leven heel slecht ging, stonden er in 'zijn' De Standaard bijna dagelijks korte berichten als die op 2 november 1920: 'Het bericht omtrent Dr. A. Kuyper luidt heden: dat de toestand langzaam achteruitgaande is; de patiënt neemt weinig voedsel en sluimert veel.'

Op zaterdag 6 november werden de kinderen en enkele vrienden verwittigd dat het verstandig was om te komen omdat het sterven aanstaande leek te zijn. Die vrienden waren Mr. A.W.F. Idenburg, o.m. oud-gouverneur van Nederlands-Indië, en diens vrouw en R.C. Verweijck met wie Kuyper langdurig samenwerkte bij De Standaard. Ontroerd stond men rond het bed, of, zoals Verweijck het de dag na het overlijden van Kuyper in De Standaard omschreef: 'Met betraande oogen zagen wij allen op hem; niemand die eenige oogenblikken de ontroerende stilte verbrak'. Op verzoek sprak Idenburg een gebed uit; Verweijck vervolgt dan met: 'Nimmer zal ik dat uur van heilige ontroering vergeten. Met gebogen hoofd bleven we allen om de sponde staan voor een paar oogenblikken en verlieten toen diep onder den indruk van dit afscheid de ziekenkamer'. Twee dagen later overleed Kuyper. Idenburg schreef een in memoriam in De Standaard.

De dag van de begrafenis
Op de ochtend van de 12e november 1920 verzamelde zich rond 12 uur een tamelijk omvangrijk en illuster gezelschap in de woning van de op 8 november overleden Abraham Kuyper aan de Haagse Kanaalstraat (nu Dr. A. Kuyperstraat). Naast de familie waren er bijna vijftig anderen aanwezig, waaronder vertegenwoordigers van Koningin Wilhelmina en Koningin-moeder Emma. Daarnaast natuurlijk de nodige vertegenwoordigers van de ministerraad, de ARP, de VU en enkele predikanten. Ook waren er 20 studenten van de VU, die Kuyper naar zijn graf zouden dragen.

Huiselijke godsdienstoefening
Naar de gewoonte van de tijd werd er eerst thuis een godsdienstoefening gehouden, waarin de wijkpredikant, ds. R. Ringnalda voorging. Inmiddels had zich voor het huis van Kuyper een zwijgende menigte verzameld; bereden politie hield de straat vrij. Om een uur kwam een eenvoudige lijkwagen voorgereden en de met een zwart kleed bedekte bruine eikenhouten kist werd het huis uitgedragen. Op verzoek van de overledene waren geen bloemen of kransen. Naast de lijkwagen stelden zich de 'huisknecht' van Kuyper en vier boden van de Eerste Kamer op, er achter de 20 studenten van het VU-corps. Hierna vulde zich een hele reeks volgkoetsen.

Veel berichten over de begrafenis van Kuyper vermelden de afwezigheid van minister-president Jhr. C.J.M. Ruijs de Beerenbrouck vanwege de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer over de begroting. Toen echter Suze Groeneweg (in 1918 het eerste vrouwelijke lid van de Tweede Kamer) de vergadering van de Kamer opende, bleek dat er niet voldoende Kamerleden aanwezig waren om besluiten te kunnen nemen. Te velen waren naar de begrafenis van Kuyper! De vergadering werd verdaagd.

In de Zuiderkerk en naar de begraafplaats
De Gereformeerde Kerk van Den Haag had voor hen die van buiten kwamen de Zuiderkerk opengesteld. Hier kwamen 3000 mensen op af; meer dan de kerk kon bevatten, zij die niet naar binnen konden, stonden geduldig buiten. Binnen spraken achtereenvolgens de oudste van de Gereformeerde predikanten in Den Haag, ds. J. van der Linden en ds. D. Hoek uit Enkhuizen. Na afloop van deze bijeenkomst liepen de aanwezigen in een lange stoet naar Oud Eik en Duinen.

Om half twee zette op de Kanaalstraat de begrafenisstoet zich in beweging in de richting van de begraafplaats. Naar schatting 20 tot 30.000 mensen stonden in dichte hagen langs de route en liepen voor een deel ook mee naar de begraafplaats. De 'kleine luyden' waren massaal uitgerukt.

Op de begraafplaats
's Ochtends om 10 uur al, waren de eerste mensen die de begrafenis wilden bijwonen op de begraafplaats aangekomen. Het zou uitgroeien tot een menigte van - naar zeggen - zo'n 10.000 mensen. Rond het graf was een carré afgezet voor familie en genodigden. De orde werd gehandhaafd door marechaussee te paard en te voet, een detachement rijksveldwachters en de gemeentepolitie van Den Haag.

Mr. Th. Heemskerk spreekt bij de begrafenis.

Bij de groeve was een spreekgestoelte geplaatst voor enkele toespraken. Namens de regering sprak ARP-minister Th. Heemskerk (zie foto). Namens het Centraal Comité van de ARP sprak vervolgens H. Colijn, gevolgd door rector magnificus R.H. Woltjer van 'Kuypers' Vrije Universiteit. De mede door Kuyper tot stand gekomen Gereformeerde Kerken werden vertegenwoordigd door ds. K. Dijk. A.W.F. Idenburg sprak ook, maar in zijn hoedanigheid van goede vriend van Kuyper. Met elkaar tekenden deze sprekers het belang van Kuyper in zijn verschillende hoedanigheden. Hierna dankte Kuypers oudste zoon, H.H. Kuyper, en zong men tot slot Psalm 72: 11. Ten slotte gingen de duizenden uiteen en kwam er een einde aan de grootste begrafenis die er ooit op Oud Eik en Duinen heeft plaatsgevonden.

Kuyper opnieuw begraven
Vantevoren was al duidelijk geweest, dat er heel veel mensen op de begrafenis af zouden komen. Op de begraafplaats had men daar met de keuze van de plek van de teraardebestelling rekening mee gehouden. Die was vanaf de ingang gemakkelijk te bereiken. Het werd niet Kuypers laatste rustplaats. Hij werd namelijk neergelaten in een grote algemene grafkelder met ruimte voor wel 100 kisten. Toen iedereen echter weg was, werd de kist weer omhoog gehaald en bijgezet in een grafkelder elders op de begraafplaats; een plek waarop een grote mensenmenigte inderdaad (nog) minder goed een plek zou hebben kunnen vinden. Op deze plek rust Kuyper nog steeds.

Na 100 jaar
Terwijl op 12 november 1920 de grootste begrafenis ooit op Oud Eik en Duinen plaatsvond, zou precies een eeuw later juist één van de kleinste bijeenkomsten plaatsvinden. Een geplande bijeenkomst om Kuyper en zijn begrafenis 100 jaar na dato ter plekke te herdenken werd door corona-maatregelen tot het uiterste minimum teruggebracht. In de aula verzamelden zich alleen de uitgenodigde sprekers die daar hun verhaal deden. Na afloop daarvan vond een ceremonie bij het graf plaats waarbij een palmtak op de steen gelegd werd. Juist vanwege deze wonderlijke omstandigheden was het voor de schaarse aanwezigen toch een indrukwekkende bijeenkomst. De toespraken werden later gebundeld in een boekje en zo onder belangstellenden verspreid.

Grafkelder
De grafkelder waarin Kuyper bijgezet werd (begraafplaatsnummer KD 1129), is een kelder die ruimte beidt aan maximaal 15 overledenen. De kelder werd afgedekt met een grafzerk van Belgisch hardsteen met daarop de tekst: FAMILIEGRAF / DR. A. KUYPER / GEBOREN DEN 29 OKTOBER 1837 / EN IN ZIJN HEILAND ONTSLAPEN / DEN 8 NOVEMBER 1920.

Opschrift op het graf.Na verloop van jaren was er over de gehele breedte van de zerk een breuk ontstaan. Om die reden werd deze in 1987 in opdracht van het Kuyperfonds vervangen. In de kelder zijn negen mensen bijgezet inclusief Abraham zelf. Inderdaad allemaal familieleden (w.o. één aangetrouwd); het is dus met recht een familiegraf.

Bekijk ook de film: De plechtige teraardebestelling van Dr. A. Kuyper

Belangrijkste bronnen
- Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam. Uitgave W. ten Have, Amsterdam (1921); 320 pag.
- Krantenberichten over de begrafenis van Abraham Kuyper in verschillende kranten, maar in het bijzonder in De Standaard van 12 november 1920.

Verder lezen
- Ab Flipse en Bert Lever (red.), 2020. Abraham Kuyper en de dood: Herdenken bij het graf van een theoloog, journalist, universiteitsstichter en staatsman. Amstelveen: Eon Pers, 48 pag.
- Bert Lever (red.), 2021. Abraham Kuyper herdacht. Oud Eik en Duinen, 12 november 2020. Uitgeverij Hepar, 64 pag.
- Jeroen Koch, 2011. Abraham Kuyper, een biografie. Uitgeverij Boom, 720 pag.
- Johan Snel, 2020. De zeven levens van Abraham Kuyper, portret van een ongrijpbaar staatsman. Uitgeverij Prometheus, 400 pag.

Bert Lever is oud-student van de VU en nauw betrokken bij Terebinth, stichting voor funerair erfgoed.
Bert Lever en Ab Flipse leggen een palmtak op het graf bij de 100e herdenking van Kuypers begrafenis, 12 november 2020.

Bert Lever en Ab Flipse leggen een palmtak op het graf bij de 100e herdenking van Kuypers begrafenis, 12 november 2020.

Lees ook de andere artikelen in de reeks: Funerair erfgoed: het stenen archief van de Vrije Universiteit

 


Deel dit artikel