#

Door: Ab Flipse

‘VUSO en SRVU opgeheven’, berichtte Ad Valvas onlangs. VUSO en SRVU zullen niet deelnemen aan de komende verkiezingen voor de universitaire studentenraad, nadat jarenlang de zetels in de raad tussen deze partijen werden verdeeld. Maar hoelang heeft die periode eigenlijk geduurd? Waar komen SRVU en VUSO vandaan?

SRVU: van contactorgaan naar vakbond
De geschiedenis van de SRVU begint bijna zeventig jaar geleden. In 1947 werd de ‘Studentenraad aan de Vrije Universiteit’ opgericht als contactorgaan voor alle studentenverenigingen en -instellingen aan de VU, zoals het studentencorps, studieverenigingen, en allerlei andere universitaire studentenclubs. De SRVU zorgde onder meer voor een gids voor eerstejaars, gaf het studentenblad Pharetra uit, hield zich bezig met kamerbemiddeling en behartigde allerlei andere belangen van studenten. De SRVU leverde ook de studentenvertegenwoordigers voor de zogenaamde Civitasraad, die in diezelfde periode werd opgericht als overlegorgaan voor alle geledingen van de universiteit.

De SRVU was bedoeld voor alle studenten, maar werd aanvankelijk gedomineerd door het Studentencorps van de VU (tegenwoordig: L.A.N.X). De praeses van het corps was bijvoorbeeld ook automatisch president van de studentenraad. In de jaren zestig zou dat gaan veranderen. Vanaf 1964 werden er verkiezingen gehouden voor de SRVU. De Corps-fractie verwierf in de eerste jaren nog de meeste zetels, maar in de loop van de jaren zestig begon de zogenaamde ‘studentenvakbeweging’ (SVB) aan een opmars. De SVB was een landelijke beweging, opgericht door de Nijmeegse student Ton Regtien, die zich keerde tegen de traditionele studentencultuur en aanvankelijk vooral streefde naar betere materiële voorzieningen voor studenten. In 1968 haalde de SVB-VU de absolute meerderheid in de SRVU. In de jaren hierna werd de SRVU omgevormd tot vakbond en vonden er geen verkiezingen meer plaats. De SRVU organiseerde zich in een groot aantal commissies, comités, een bestuur, een beleidsraad; en nam steeds vaker politiek stelling, waarbij ze een radicaal linkse koers ging varen.

In navolging van bezettingen van de Tilburgse Katholieke Hogeschool (april 1969) en de gemeentelijke Universiteit van Amsterdam (de Maagdenhuisbezetting, mei 1969), bezetten VU-studenten in juni 1969 het toenmalige VU-bestuursgebouw, het Provisorium. De SRVU wilde ook aan de VU een radicaal democratische bestuursstructuur en eiste medebeslissingsrecht voor de studenten.

De democratische universiteit
In 1970-72 kwam de Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) tot stand, die een ingrijpende hervorming van de bestuurlijke verhoudingen aan de Nederlandse universiteiten behelsde. Op alle niveaus werd democratische besluitvorming ingevoerd, en praatten en beslisten ook studenten vanaf nu mee. Een gekozen universiteitsraad vormde, samen met het nieuwe College van Bestuur, het hoogste bestuursorgaan van de universiteit.Aan de VU bestond de universiteitsraad uit 40 leden, waarvan er uiteindelijk 11 voor de studenten bestemd waren.

In samenwerking met verschillen (linkse) faculteitsvereniging nam de SRVU deel aan de verkiezingen voor de universiteitsraad onder de naam Progressieve Kiesvereniging (PKV). Ze voerde actie tegen de verhoging van het collegegeld en allerlei overheidsmaatregelen die gericht waren op verkorting van de studie. In bredere zin was ze kritisch over de kapitalistische samenleving, en verwachten ze van de universiteit stellingname in destijds heikele kwesties als de Vietnamoorlog, en het Zuid-Afrikaanse apartheidssysteem, waarbij ze zich liet inspireren door neomarxistische ideeën. Ze kwam daarmee regelmatig lijnrecht tegenover het CvB en andere fracties binnen de universiteitsraad te staan. De SRVU probeerde haar doelen niet alleen via de universiteitsraad te bereiken, maar ook met protestacties en bezettingen van gebouwen.

VUSO versus SRVU
Als reactie op de radicaal-linkse koers van de SRVU richtten enkele studenten in 1973 de Vrije Universiteit Studentenorganisatie (VUSO) op. De VUSO wilde een gematigde middenkoers varen, maar werd in de toenmalige verhoudingen als een ‘rechtse’ club gezien. Ze wist in de jaren zeventig nooit meer dan enkele zetels te veroveren; later gingen er ook meer zetels naar de VUSO.

De verhoudingen in de jaren zeventig waren gepolariseerd. Exemplarisch is de zogenaamde CPN-kwestie die speelde in de jaren 1975-76: een discussie over de vraag of het lidmaatschap van de Communistische Partij Nederland (CPN) wel te verenigen was met het bekleden van een bestuursfunctie aan de VU. De CPN was in deze periode invloedrijk onder Nederlandse studenten - aan de VU misschien iets minder dan bij sommige andere universiteiten, maar ook binnen de SRVU was een groot aantal CPN’ers actief. Op 19 maart 1976 schreef de rector magnificus I.A. Diepenhorst in Ad Valvas een kritisch artikel over de actie van enkele studenten – waaronder SRVU’ers die in de universiteitsraad zaten - die tijdens de introductieperiode hadden opgeroepen om een abonnement op het communistische dagblad De Waarheid te nemen. Dit artikel zette de verhoudingen op scherp. De SRVU beschuldigde Diepenhorst van ‘politieke diskriminatie’ en ‘politieke terreur’; Diepenhorst vond op zijn beurt dat communisme niet te verenigen was met het christelijke karakter van de VU. Verhitte debatten in de universiteitsraad waren het gevolg. Groepen binnen de universiteit kwamen tegenover elkaar te staan en de media berichtten hier uitvoerig over. SRVU en VUSO stonden in deze discussie lijnrecht tegenover elkaar.

De discussies in de universiteitsraad zouden in de loop van de jaren tachtig een steeds minder politiek karakter krijgen. Ook kreeg de universiteitsraad in de jaren tachtig steeds minder bevoegdheden en het aantal leden werd teruggebracht. Het universitaire bestuur werd in het algemeen steeds minder democratisch georganiseerd. De band tussen SRVU (de bond) en de PKV-fractie, die zich wat pragmatischer opstelde, was in deze periode niet zo hecht als ze eerder was geweest. Naast PKV en VUSO was in deze periode ook de partij JOVD-VU in de raad vertegenwoordigd. De tijden waren veranderd.

Medezeggenschap in de Universitaire Studentenraad
In 1998 werd onder PvdA-minister Jo Ritzen de Wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie (MUB) ingevoerd, waarbij bestuur van universiteiten werd gemodelleerd naar dat van het bedrijfsleven. Universiteiten kregen een hiërarchische bestuur, met het CvB als hoogste gezag. Aan de VU werd de universiteitsraad opgeheven. In plaats van medebestuur, kwam er een vorm van medezeggenschap: voor medewerkers verliep die via de ondernemingsraad, voor de studenten via de Universitaire Studentenraad. SRVU en VUSO doen sindsdien met eigen kieslijsten mee aan de verkiezingen voor deze Studentenraad.


#

Het systeem met fractiepartijen lijkt echter niet meer aan te sluiten bij de huidige behoeften en daarom wordt nagedacht over een nieuw systeem van inspraak. Hiermee komt er een einde aan een roemruchte geschiedenis: voor de VUSO na ruim veertig jaar en voor de SRVU na bijna zeventig jaar. Of is er toch nog toekomst voor deze organisaties? Inmiddels is het Ad Valvas-artikel aangevuld met de zinsnede: ‘De SRVU-bond blijft natuurlijk gewoon bestaan.’ Het lijkt er dus vooral op dat de tijd van de partij-politiek aan de universiteit ten einde komt. Aan één of meer studentenorganisaties die zich bezighouden met dienstverlening aan studenten en belangenbehartiging, is ongetwijfeld nog steeds behoefte. En was dat niet de taak die de SRVU in 1947 al had gekregen?

Bekijk de film ‘Bezet’ over de bezetting van de bestuursvleugel op de tweede verdieping van het Hoofdgebouw, op 22 februari 1972 Bezet. Een film over de bezetting van de VU


Literatuur

100 jaar studentenleven aan de VU (z.p. (Amsterdam), z.j. (1980))

Cees Paardekooper, Omstreden normalisering. Hoe de Vrije Universiteit veranderde in de lange jaren zeventig (Amsterdam, 2013)

Ab Flipse is universiteitshistoricus van de Vrije Universiteit