#

Wim Berkelaar

‘Toestand niet mooi, doch ik hou moed en vertrouw op God’, schreef Kees Chardon aan zijn familie in 1944 vanuit de strafgevangenis in Scheveningen – de gevangenis die van de gevangenen zelf met wrange ironie de bijnaam het ‘Oranjehotel’ had gekregen. Chardon zat er gevangen wegens grootschalige hulp aan vervolgde Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze woorden komt veel van de motivatie tot uitdrukking komt die studenten aan de Vrije Universiteit dreef bij hun verzet tegen de Duitse bezetter en hun hulp aan vervolgde Joden. Ze verwierpen de bezetting en stelden zich teweer tegen de harde repressie(‘Toestand niet mooi’) met de moed, soms zelfs overmoed en onbezonnenheid die jonge mensen kan kenmerken. Het verzet aan de Vrije Universiteit werd daarbij gedreven door een motivatie die wij anno 2016 niet meer zo kennen: een vast vertrouwen op God.

Een mengeling van motieven dreef VU-studenten in het verzet, waarbij de gereformeerde geloofsovertuiging niet onderschat mag worden. Eveneens belangrijk was het netwerk waarin ze kwamen te verkeren nadat ze in Amsterdam waren aangekomen. Verscheidene studenten werden lid van studentenverenigingen en raakten juist daardoor betrokken bij het verzet. In die studentenverenigingen kwam veel samen: natuurlijk hun gereformeerde overtuiging maar niet minder: de hang naar activisme, studentikoze bravoure en jeugdige overmoed, die ook wel nodig was wilde men tegen de Duitse overmacht in het verzet gaan.

Verzet
Nu is verzet een verzamelterm. Daar kan actieve tegenwerking tegen de Duitse bezetter onder worden verstaan, zoals het vervalsen van bonkaarten en persoonsbewijzen, het drukken en verspreiden van illegale bladen. Daarnaast is er de hulp aan vervolgde personen, zoals geallieerde piloten of vervolgde Joden. Soms gaan beide vormen van verzet samen, maar bij de studenten van de VU lijkt vooral de eerste vorm van verzet de overhand te hebben gehad: de actieve tegenwerking tegen de Duitse bezetter. Als voorbeeld kunnen VU-studenten worden genoemd, die via elkaar bij de illegale pers betrokken raakten.

Een van hen was Wim Speelman, die zich als student economie in pamfletten keerde tegen de lauwheid en halfslachtigheid. Er moest protest klinken tegen onrecht. Hij vond in 1940 aansluiting bij het illegale blad Vrij Nederland, waarvan hij hoofdverspreider werd, terwijl de christelijke onderwijzer Henk van Randwijk journalistiek de scepter zwaaide.

Via Speelman kwam een andere economiestudent, Wiet Dijkman, bij de krant. En toen een conflict ontstond over de koers gingen de jonge VU-studenten mee naar het gereformeerde Trouw, waar ze – onder meer via de studentvereniging Lysias – andere studenten rekruteerden als verspreiders van de krant. Onder meer de rechtenstudent Gijs Kuypers en de inmiddels als advocaat werkzame Jaap de Graaf namen deel aan het Trouw-verzet, waaraan ook hoogleraar rechten Gesina van der Molen deel had. Tot de groep behoorde ook de theologiestudent Jan Goldschmeding. Allen werkten op hun manier de bezetter tegen en moesten dat uiteindelijk met de dood bekopen. Hun namen staan op de plaquette in de hal van de VU.

Kees Chardon
Daarop prijkt ook de naam van Kees Chardon. Hij komt voor in de veelgeprezen bestseller Sonny Boy van Annejet van der Zijl, een biografische studie over Waldemar Nods, wiens ouders ook bij het verzet betrokken waren. Chardon werd op 31 augustus 1919 in Delft geboren in een gereformeerd gezin dat nog twee zussen telde. Hij ging rechten studeren aan de Vrije Universiteit, de aangewezen instelling voor een jong gereformeerde. Hij studeerde in snel tempo af en mocht zich al op zijn 21ste met de meestertitel tooien. Chardon keerde terug naar zijn geboortestad Delft en begon daar een advocatenpraktijk aan Spoorsingel 28 met een dependance in Den Haag.

Chardon wordt in alle naoorlogse necrologieën omschreven als klein van stuk, maar meestal wordt daaraan toegevoegd dat hij zeer wilskrachtig was. Dat moet hij zeker zijn geweest, want Chardon koos uit vrije wil voor de gevaarlijkste aller verzetsactiviteiten: hulp aan joden. Hulp op grote schaal en dat zonder enige schroom, zo mag blijken uit een veel geciteerde zin die hij eens sprak toen hem gemaand werd voorzichtiger te werk te gaan dan hij doorgaans deed: ‘Als ik mensen wegbreng, breng ik het liefst joden weg en dat doe ik nog het liefst in spertijd en als het kan in spergebied’. De maning tot voorzichtigheid zal hem geprikkeld hebben, maar het laat ook iets zien van de overmoed die hem moet hebben bezield.

Chardon ontving vervolgde joden in de eerste jaren van de bezetting in zijn Haagse kantoor. Toen ze tot de onderduik gedwongen werden zocht hij via de Landelijke Onderduik-organisatie in Zuid-Holland actief naar adressen. Zonder dit netwerk van verzetsmensen had hij uiteraard nooit kunnen doen wat hij deed. In januari 1944 werd Chardon opgepakt en opgesloten in de strafgevangenis van Scheveningen, waar hij hardhandig verhoord werd. Hij bleef echter zwijgen over zijn contacten met het verzet. Aan zijn familie schreef: ‘Toestand niet mooi, doch ik houd moed en vertrouw op God’. Dat was niet zomaar een zin, daaruit sprak een groot, bijna vanzelfsprekend godsvertrouwen dat alle VU-studenten in verzet kenmerkte. Chardon zou de oorlog niet overleven. Hij stierf drie weken voor de Duitse capitulatie aan zijn ontberingen. De anonieme necroloog die na de oorlog het levensbericht over Kees Chardon opstelde schreef: ‘Hij was een van hen die wij nu zoo noode missen, begaafd, dapper en met een hart nauw kloppend voor den medemensch en voor het vaderland’.

In 2011 werd in Delft aan de Spoorsingel 28, het huis van waaruit hij het onderduikersnetwerk leidde, een gedenkplaat onthuld. Een terecht gedenkteken voor een man die vanuit een diep beleefd christelijk geloof zijn leven gaf voor het redden van anderen. Chardon stond niet alleen: ook de VU-studenten rond Trouw betaalden een hoge prijs voor hun deelname aan het verzet. De plaquette met hun namen in het hoofdgebouw van de VU houdt hun herinnering levend.

Wim Berkelaar is als historicus verbonden aan het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme aan de Vrije Universiteit.
Hij sprak over dit onderwerp op de Holocaust Memorial Day