#

Erfgoed aan de VU

Door: Ab Flipse, universiteitshistoricus

Tegenwoordig domineert de blauwe griffioen, grappend ook wel VU-kip genoemd, veel uitingen van de Vrije Universiteit. Maar voor wie beter kijkt, is ook het klassieke universiteitszegel, ‘de maagd in de tuin’, nog op veel plekken te vinden. Zeer prominent is het zichtbaar op mijn favoriete erfgoedobject. Dat is geen bijna-vergeten manuscript of zeldzaam apparaat, maar iets dat bijna iedereen op de VU wel eens gezien zal hebben: het houten schild dat is verwerkt in het spreekgestoelte in de aula. Het verhaal erachter zal minder bekend zijn.

Voordat de universiteit vanaf de jaren ’60 stapsgewijs naar de huidige plek in Buitenveldert verhuisde, prijkte dat schild boven de deur van het 17e-eeuwse grachtenpand aan de Keizersgracht 162 dat van 1883 tot 1966 het hoofdgebouw van de VU was. Na aankoop van dat pand was het geschikt gemaakt als universiteitsgebouw en boven de ingang werd het houten schild bevestigd.

Het beeldmerk met de maagd was door Abraham Kuyper, de belangrijkste stichter van de VU, gekozen als universiteitszegel. En het fungeert nog altijd als zodanig: het is bijvoorbeeld te zien op officiële documenten als bullen en certificaten, de ambtsketen van de rector en de pedelstaf (op een van de zilveren plaatjes). En het prijkt dus ook op het schild in de aula. Rondom de beeltenis op het houten schild staan de woorden: ‘Onse hulpe sij in den name des Heeren’, de bijbeltekst (psalm 124 vers 8) die ook wordt uitgesproken als votum bij officiële plechtigheden. Het officiële zegel heeft een randschrift in het Latijn. Dat luidt voluit: ‘Sigillum Universitatis Liberae Reformatae Amstellodamensis’ en ‘Auxilium nostrum in nomine Domini’.

Abraham Kuyper greep eind 19e eeuw, in zijn streven het aloude calvinisme te doen herleven, graag terug op de tijd van de Tachtigjarige Oorlog. De ‘maagd in de tuin’ kende al een langere geschiedenis, maar stond eind 16e, begin 17e eeuw, vaak symbool voor de Nederlanden. In de ‘tuin’ had ze een veilige plek gevonden waar ze in vrijheid kon leven. Boven haar schijnt de ‘zonne der gerechtigheid’ (met daarin de Hebreeuwse letters van de Godsnaam) en zij wijst met haar rechterhand omhoog: ze wil alles van God verwachten.

Kuyper had het symbool al eerder gebruikt, namelijk in zijn boek Ons Program, uit 1879, het partijprogramma van de Antirevolutionaire Partij. Daar legde hij uit waarom hij specifiek voor deze afbeelding had gekozen. Als voorbeeld had een muntje, een rekenpenning, uit 1574 gediend, en niet de bekendere afbeelding uit 1680van de zogenaamde Staten-gulden. 1574, het jaar immers van Leidens ontzet, was volgens Kuyper het ‘hardste en benardste van onze worsteling tegen Spanje en Rome’. Juist daarom was het passend om dit symbool opnieuw te gebruiken voor het laat-19e-eeuwse streven naar vrijheid van Kuyper en zijn calvinisten, ‘dat ook nu nog, in aansluiting aan der vaderen bedoelen’ weerstand wilde bieden ‘tegen elke despotisme’.

In de loop van de tijd zou het zegel, in verschillende gestileerde vormen, ook een plek krijgen in de huisstijl van verschillende faculteiten, de VU-Vereniging, en bijvoorbeeld het briefpapier. Bij de viering van het eeuwfeest van de VU, in 1980, werden er jubileumborden van Delfts blauw aardewerk vervaardigd met daarop een handgeschilderde maagd.

Sinds 1989 is de maagd echter niet meer het enige symbool van de VU. De huisstijl wordt nu gedomineerd door het gevleugelde fabeldier de griffioen. Maar de maagd blijft aanwezig, zoals op het spreekgestoelte in de aula. Het is een van de plekken waar de VU haar traditie zichtbaar maakt en levend houdt.

Geschreven voor Collectieverhalen VU-erfgoed