#

Door: Wim Berkelaar

Op 1 april jongstleden stierf mr. Anton Herstel in de leeftijd van 83 jaar. Jongere medewerkers van de Vrije Universiteit zullen zijn naam vermoedelijk niet meer kennen, maar ouderen mogelijk nog wel. Mr. A. Herstel (die zich graag amicaal voorstelde als ‘Ton’) heeft namelijk een niet onbelangrijke rol gespeeld in de recente geschiedenis van de Vrije Universiteit. Hij was maar liefst 18 jaar lid van het bestuur van de VUVereniging, waarvan de laatste acht jaar (1996-2004) als voorzitter.

Ton Herstel werd op 10 september 1935 geboren in een meelevend gereformeerd gezin in Arnhem. In zijn jeugd was hij actief in de Arjos, de jongerenbeweging van de gereformeerde Antirevolutionaire Partij die in 1980 opging in het CDA. Herstel studeerde rechten aan de Vrije Universiteit en werkte lang in dienst van Justitie. Tussen 1981 en 1987 was hij hoofdofficier van Justitie in Utrecht, waarna hij overstapte naar dezelfde functie in Rotterdam. In 1989 werd hij voorzitter van de protestants-christelijke omroepvereniging NCRV. In datzelfde jaar werd Herstel vicevoorzitter van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs. De Vrije Universiteit kende hem toen al uit een andere functie: in 1986 was hij namelijk als bestuurslid geworven voor de VUVereniging.

Herstel werd lid van de VUVereniging in een tijd dat de Vrije Universiteit aan het herbronnen was. Van een klassiek-gereformeerde universiteit werd de universiteit langzaam maar zeker omgevormd tot een instelling met een pluriform christelijk karakter, waarbij het – gezien de enorme toename van een diverse studentenpopulatie en de uitbouw van het ziekenhuis – onontkoombaar werd personeel aan te nemen dat een andere godsdienst beleed of helemaal geen godsdienst aanhing.

Toen Herstel in 1986 aantrad kende de VUVereniging nog voornamelijk gereformeerde verenigingsleden. Tegen de toen geestverwante krant Trouw merkte Herstel in 1989 op dat het bestuur ook verenigingsleden in ‘het algemeen-christelijk volksdeel’ wilde werven. Ook de onderwerpen dienden een ‘oecumenisering’ te ondergaan: het christelijk karakter van de VU moest in alle pluriformiteit doorklinken.

Als modern gereformeerd man was Herstel de goede man op de goede plaats. Hij kende de ‘tale Kanaäns’, begreep de zorgen van behoudende leden in de achterban over de verwereldlijking van de VU, maar was zelf tegelijk modern genoeg om de ontwikkelingen in wetenschap en samenleving welwillend te bezien. Herstel lag zo goed in het bestuur dat hij na tien jaar in 1996 gekozen werd tot voorzitter van de VUVereniging. De rasbestuurder Herstel trad hier op zoals hij altijd zou blijven optreden: hij was vriendelijk, leidde vergaderingen met een glimlach en was voor alles bezig ‘de boel bij elkaar te houden’, ruim voordat die woorden vleugels kregen dankzij Job Cohen, de voormalige burgemeester van Amsterdam.

Herstel was, zo vertelde me één van de Verenigingsleden, een aimabel bestuurslid; hij verloor zijn vriendelijkheid nooit. Spanningen voorkwam hij of doorbrak hij met een kwinkslag, zoekend naar wat mensen samenbond, niet naar wat hen scheidde. Zijn harmonieuze karakter kwam van pas in het snel veranderende protestants-christelijke landschap van de laatste decennia van de twintigste eeuw. De huidige voorzitters van VUVereniging, van het College van Bestuur van de VU, en van de Raad van Bestuur van het VUmc herdachten Herstel in een overlijdensadvertentie in Trouw voor zijn ‘grote betrokkenheid en zijn kenmerkende vriendelijkheid’. Dikwijls klinken zulke woorden nogal obligaat, maar in dit geval zijn ze goed getroffen. Met Herstel is een even vriendelijk als verstandig en evenwichtig bestuurder heengegaan. Zijn grote betrokkenheid bij de Vrije Universiteit bleek nog eens uit wat vermoedelijk een van zijn laatste wilsbeschikkingen is geweest: hij stelde zijn lichaam ter beschikking aan de wetenschappers van deze universiteit.

Wim Berkelaar is als historicus verbonden aan het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme aan de Vrije Universiteit