Ab Flipse, universiteitshistoricus VU
Officiële gebeurtenissen aan de universiteit, zoals de opening van het academisch jaar, de Dies Natalis, oraties, afscheidscolleges en promoties volgen een vast en stijlvol protocol. Een cortège van hoogleraren, met voorop de pedel met staf, trekt in toga de aula in, en er wordt een aantal standaardformuleringen gebruikt ter opening en sluiting van de bijeenkomsten en rondom de promoties. De Vrij Universiteit Amsterdam heeft eigen, kenmerkende, symbolen, rituelen, kledingvoorschriften en attributen, die iets tonen over de geschiedenis van de universiteit. Een kort overzicht.

#

Universiteitszegel
Op de diploma’s, de pedelstaf, de ambtsketen van de rector magnificus en op verschillende andere plaatsen, is het officiële universiteitszegel te zien. Dit zegel is een afbeelding van een ‘Maagd in de tuin’. Het zegel heeft een randschrift in het Latijn, dat (voluit) luidt: ‘Sigillum Universitatis Liberae Reformatae Amstellodamensis’ en ‘Auxilium Nostrum in Nomine Domini’. Het is door VU-stichter Abraham Kuyper in 1880 uitgekozen, waarbij hij zich liet inspireren door een zestiende-eeuwse afbeelding van de Nederlandse Maagd, die in een omheinde ‘tuin’ een veilige plek had gevonden waar ze in vrijheid kon leven. Ze wijst met haar vinger omhoog: ze wil alles van God verwachten. Voor Kuyper verwees de Maagd naar de Vrije Universiteit.

#

Toga’s
Op een van de eerste vergaderingen van de senaat, op 29 september 1880, werd gesproken over de aanstaande openingsbijeenkomst van de Vrije Universiteit, in het bijzonder over de vraag of de hoogleraren toga’s zouden gaan dragen, zoals elders gebruikelijk was. Besloten werd, zo staat in de notulen, zich bij deze traditie aan te sluiten, in het bijzonder: ‘tot het dragen van toga en baret, naar het model dat ook te Leiden in zwang is.’

Met name Abraham Kuyper spiegelde de Vrije Universiteit graag aan de in 1574 gestichte Leidse Universiteit, de oudste van Nederland. De VU-toga’s zijn dus gemodelleerd naar de Leidse: sober zwart laken, geen witte bef, geen knopen en geen kleurtjes, zoals sommige andere universiteiten wel hebben. De toga’s werden gedragen door de hoogleraren op de oprichtingsplechtigheid van de VU, de Dies Natalis, 20 oktober 1880 in de Nieuwe Kerk op de Dam, en tijdens alle plechtigheden die sindsdien zijn gehouden.

#

De pedellenstaf
De originele zilveren pedellenstaf werd voor de openingsplechtigheid aan de Vrije Universiteit geschonken door de gebroeders Versluis en kostte destijds 300 gulden. Ook de pedellenstaf was gemodelleerd naar het Leidse voorbeeld, met Minerva-figuur met speer en schild. Deze staf werd gebruikt tot 1965, toen er ter vervanging twee kopieën werden gemaakt, die nog steeds in gebruik zijn. De oude is nu onderdeel van de erfgoedcollectie van de VU.

De originele pedellenstaf is 117 centimeter lang; de lengte van de bekroning is 17 centimeter, en hij is gemaakt van zilver en hout. Bovenaan prijkt een beeldje van Minerva, de Romeinse godin van de wijsheid. Op de vier afhangende plaatjes staan de volgende teksten en afbeeldingen:
1.) D XX M OCTOBR. ANNI MDCCCLXXX DIES NATALIS
2.) SIG. UNIV. LIB. REF. AMST. AUXIL. NOSTR. IN NOM. DOMINI
3.) Een afbeelding van het universiteitszegel
4.) Een afbeelding van het wapen van Amsterdam

#

De ambtsketen van de rector magnificus
In 1929 droeg de rector voor het eerst een ambtsketen, die aan de universiteit was geschonken door enkele sympathisanten. Een ambtsketen is bedoeld om de functie te accentueren van de persoon die haar draagt en daarom zijn er symbolen in verwerkt die functie van de drager, of het doel van de instelling tot uitdrukking brengen.

In 1963 werd een nieuwe keten ontworpen en vervaardigd door de Amsterdamse edelsmid Ab Wouters. In deze keten is de centrale penning een gestileerde vorm van het universiteitszegel. In de schakels is een geabstraheerd vismotief verwerkt, een oud christelijk symbool. Het sluitstuk, met de letters V.U., toont een gestileerde uil, symbool van de wijsheid. De ketting is 1 meter lang en uit zilver vervaardigd, en rust bij het dragen niet om de hals maar op de schouders. Tijdens de rectoraatsoverdracht hangt de rector de keten symbolisch om de schouders van de volgende rector.

#

Rituelen
Plechtigheden aan de Vrije Universiteit worden door rector magnificus of voorzitter geopend met het uitspreken van een ‘votum’, woorden van toewijding: ‘Onze hulp is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft’. Deze tekst is afkomstig uit de Bijbel, psalm 124, vers 8. Als lofverheffing (of doxologie), waarmee de bijeenkomsten worden gesloten, klinken deze woorden: 'De naam des Heren zij geprezen, van nu aan tot in eeuwigheid' (psalm 113:2). De woorden van het votum klonken voor het eerst tijdens de openingsplechtigheid in 1880; en hierna werd in het Huishoudelijk Reglement van de senaat vastgelegd dat alle openbare vergaderingen zouden worden aangevangen met het daartoe vastgestelde votum en gesloten met de lofverheffing.

Er zijn sindsdien wel veranderingen aangebracht in het protocol, maar de woorden van het votum bleven al die tijd ongewijzigd. Dezelfde woorden zijn immers ook – in het Latijn – verwerkt in het universiteitszegel: Auxilium Nostrum in Nomine Domine. Bovendien is de tekst, in oud Nederlands, te lezen op het houten schild dat in de katheder voor in de aula is verwerkt. Dit schild werd in de begintijd van de universiteit vervaardigd; het prijkte lange tijd boven de deur van het eerste universiteitsgebouw aan de Keizersgracht en verhuisde in de jaren zestig mee naar de nieuwe campus.