#

In de collectie van de VU bevindt zich het geschilderde portret van Willem Hovy. Hovy was directeur van bierbrouwerij en azijnmakerij De Gekroonde Valk in Amsterdam, destijds de grootste brouwerij van Nederland. Als religieus geïnspireerd, sociaal betrokken en vermogend ondernemer speelde hij een belangrijke rol bij de stichting van de VU. Het portret van Hovy bepaalt ons bij de belangrijke rol van de betrokken 'achterban' van de VU. Wie was Hovy, en was hij de enige donateur? Daarop reflecteert Fred van Lieburg.

Hovy en zijn portret
Door Ab Flipse en Liselotte Neervoort

Willem Hovy was een van de initiatiefnemers tot de oprichting van de VU-Vereniging in 1878 en werd voorzitter van het college van directeuren. Bij de oprichting schonk hij niet minder dan vijfentwintigduizend gulden en verder doneerde hij jaarlijks tweehonderdvijftig gulden per leerstoel.

De start van de collectie portretten van VU-prominenten ligt in 1921, toen de VU het portret van haar oprichter Abraham Kuyper na zijn dood geschonken kreeg. Het was echter pas in 1992 dat er een portret van Hovy kwam. Zijn buste naast de aula in het VU hoofdgebouw is van nog later. De portrettekening werd kort na 1900 gemaakt door Martha Amalia Voullaire (1856-1932). Voullaire was een leerling van de Amsterdammer Jan Pieter Veth (1864-1925), een bekend portretschilder en kunstcriticus, die ook Kuyper geportretteerd heeft. Toen ze het portret maakte, was ze de gouvernante van het gezin Hovy. De zachte kleuren (door het gebruik van pastelkrijt) passen bij de geconcentreerde houding van Hovy en geven het geheel een zeer vriendelijke uitstraling. De naar binnen gekeerde houding van de afgebeelde plaatst het werk in de traditie van Veth, waarin de modellen vaker het publiek niet aankijken. Het portret is in 1992 aan de Vrije Universiteit geschonken door de familie Hovy en het hangt nu in de Forumzaal van de VU, met andere oprichters, rectores en bestuurders.

Ab Flipse is de universiteitshistoricus en Liselotte Neervoort is conservator Academisch Erfgoed aan de Vrije Universiteit.

De Vrije Universiteit en haar begunstigers
Door Fred van Lieburg

De Vrije Universiteit kwam in 1880 niet alleen tot stand dankzij de visionaire daadkracht van Abraham Kuyper en de zijnen. Er was ook geld nodig om de kosten van personeel en huisvesting te kunnen dekken. De overheid gaf immers geen cent aan deze bijzondere christelijke onderneming. De gulste en daarom bekendste sponsor was Willem Hovy (1840-1915), directeur van bier- en azijnfabriek De Gekroonde Valk in Amsterdam.

Maar Hovy was bepaald niet de enige donateur. Er waren nog duizenden andere schenkers van grotere en kleinere bedragen aan de Vereniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag. Deze vereniging bestond uit leden en begunstigers. Leden waren zij die elk jaar minstens 25 gulden of in één keer minstens 500 in de kas stortten. Alle anderen die welk bedrag dan ook inbrachten, werden als begunstigers aangemerkt. Toen de VU-Vereniging zomer 1881 haar donateurslijst publiceerde, stonden daar 490 leden en 1770 begunstigers op. Onder de leden vinden we behalve Hovy natuurlijk Kuyper zelf en allerlei andere min of meer bemiddelde hoogleraren en predikanten. Zoals de hervormde dorpsdominee C.L.D. van Coeverden Adriani, stichter van een nog altijd bekend kapitaalfonds bij de VU.

De omvangrijke groep van begunstigers van de VU bestond uit onderwijzers, ambtenaren en middenstanders, niet zozeer loonarbeiders voor wie zelfs een stuiver een te groot offer was. ‘Stille burgers’ noemde Kuyper hen in het begin, later kwam het gevleugelde begrip ‘kleine luyden’ in zwang. Daarmee doelde hij minder op arme lieden dan op het gewone volk, dat tegen de stroom van het liberalisme durfde in te roeien volgens een calvinistisch levensprogram in de persoonlijke en publieke sfeer. Juist in de periode 1900-1905 passeerde het aantal VU-donateurs de tienduizend.

Opmerkelijk is dat het lang niet alleen mannenbroeders waren, die een stoffelijke blijk van waardering over hadden voor de VU. Onder de donateurs waren ook tal van vrouwen, in het begin al 20 leden en 190 begunstigers. Adellijke dames en rijke weduwen, maar ook betrokken huisvrouwen en vrijgezellen. Dat was nog lang voordat in 1932 de VU-vrouwen zich organiseerden en het befaamde VU-busje op de markt brachten.

Om alle misverstand te vermijden:Martha Amalia Voullaire, die bij Willem Hovy werkte en het portret van de grote filantroop schilderde, was geen donatrice van de VU.

Fred van Lieburg is hoogleraar religiegeschiedenis bij FGW en voorzitter van de Historische Commissie VU. Binnenkort verschijnt in de Historische Reeks VU een studie over de eerste VU-donateurs onder de titel Het volk achter de VU: crowdfunding voor een christelijke universiteit (uitgeverij KokBoekencentrum).