Geboren: 16 mei 1934
Overleden: 28 april 2016
Lid College van Bestuur, 1972-1996, waarvan van 1979-1996 voorzitter.

Brinkman, H.J.

Oud-collegevoorzitter Harry Brinkman overleden

H.J. Brinkman (16 mei 1934-28 april 2016)

Donderdag 28 april is oud-collegevoorzitter Harry Brinkman overleden. Hij was van 1979 tot 1996 voorzitter van het College van Bestuur van de VU.

Loopbaan bij de VU
In 1972 trad Harry Brinkman toe tot het College van Bestuur (CvB) van de Vrije Universiteit, dat was ingesteld als onderdeel van de nieuwe bestuursstructuur voor Nederlandse universiteiten. Brinkman had vanaf 1952 Nederlands gestudeerd aan de VU en was op dat moment werkzaam bij de faculteit Letteren. Daar had hij een nieuw curriculum opgezet en werkte aan een promotieonderzoek. Hij keerde echter niet terug in het onderzoek, maar bleef werkzaam als universiteitsbestuurder, vanaf 1979 als voorzitter van het CvB. Dit zou hij tot 1996 blijven. In deze periode zou hij uitgroeien tot een bestuurder met veel gezag, die als geen ander in staat was abstracte principes uit de moderne bestuurs- en organisatietheorie te vertalen naar de praktijk. Brinkman werd steeds meer gezien als verpersoonlijking van de VU.

Transformatie
Brinkman begon zijn bestuurswerk toen de Nederlandse universiteiten radicaal van karakter veranderden: democratisering, groeiende studentenaantallen, schaalvergroting in het onderzoek, en daarmee samenhangende groei van de financiën. Brinkman maakte een zeer rumoerige periode in de universiteitsgeschiedenis mee, en wist de VU hier met vaste hand doorheen te leiden. Hij deed dit als bestuurder op de achtergrond, maar zijn rol in de transformatie die de VU doormaakte is moeilijk te overschatten. De VU veranderde in het ‘tijdperk-Brinkman’ van een kleine, op de gereformeerde achterban gerichte universiteit, tot een middelgrote, breed-christelijke universiteit, die nationaal en internationaal volop meetelde en waarin onderzoek een steeds prominentere plaats kreeg.

Brinkman kon zowel uit de voeten in democratische vergadercultuur van de jaren zeventig, waarin de verhoudingen soms zeer gepolariseerd waren, als de zakelijker jaren tachtig en negentig, waarin het bestuur geleidelijk werd geprofessionaliseerd. Begin jaren tachtig wist hij de VU door de bezuinigingsoperatie ‘Taakverdeling en Concentratie’ te loodsen; in de jaren negentig moesten de bezuinigingen van het eerste paarse kabinet worden opgevangen. Brinkman speelde een belangrijke rol in het overleg van de universiteiten met de overheid, en tussen de Nederlandse universiteiten onderling.

Bijzondere karakter van de VU
Brinkman verwoordde zijn visie op verleden en toekomst van de Nederlandse universiteiten in redevoeringen en publicaties, binnen en buiten de VU. Op het bijzondere karakter van de VU als christelijke instelling reflecteerde hij in de rede ‘Identiteit van de Vrije Universiteit’ bij de opening van het Academisch Jaar 1992-93. Volgens Brinkman kon er niet één groot verhaal leidend zijn voor de VU – daarvoor is een universiteit een veel te complexe organisatie – maar zijn er wel een aantal ‘kleine verhalen’ typerend voor de VU, zoals blijvende aandacht voor grondvragen in de wetenschap, een functioneren in de contexten van zowel wetenschap als geloof, nadruk op verantwoordelijkheid en een eigen organisatiecultuur. Deze redevoering zou binnen de VU veel discussie losmaken.

Na zijn pensionering hield Brinkman zich onder meer bezig met vernieuwing van het universitair onderwijs in landen als Rusland en Zuid-Afrika. Eredoctoraten ontving hij van de University of Swaziland (1994) in en de Universiteit Potchefstroom (2000).

De Vrije Universiteit gedenkt Brinkman vanwege zijn grote inzet voor de universiteit.

Ab Flipse (universiteitshistoricus), 29 april 2016