Geboren: 25 november 1881
Overleden: 5 maart 1972
1912 hoogleraar Nieuwtestamentische vakken (FdG), emeritus 1951

Grosheide, F.W.

Beschikbare downloads:


Theoloog (Amsterdam 25 november 1881 - Amsterdam 5 maart 1972)

Zonder grammatica, luidde Grosheides stelregel, was goede exegese onmogelijk. Want Gods Woord was ook gewoon taal. In de woorden van Luther: ‘Hoewel het evangelie alleen door de Heilige Geest gekomen is en dagelijks komt, is het toch door middel van de taal gekomen.’ Dogmatiek was belangrijk, meende Grosheide, maar mocht niet overheersen. Hij verwierp een bijbeluitleg die Schriftwoorden zocht om dogma’s te ondersteunen. Dergelijke vorsers wisten alles al voordat ze goed hadden verstaan en gooiden volgens Grosheide de tekstualiteit van de bijbel te grabbel. Want de taal was, opnieuw met Luther gesproken, de schede waarin het mes van de Geest stak.

Frederik Willem Grosheide was afkomstig uit een gegoede familie die tot de trouwe aanhang van Abraham Kuyper behoorde. Op het gereformeerd gymnasium en de Vrije Universiteit zette de classicus J. Woltjer een groot stempel op zijn ontwikkeling. Gedurende zijn eerste jaren aan de VU studeerde Grosheide naast theologie ook klassieke letteren, waarin hij bij Woltjer het kandidaatsexamen aflegde. Zijn theologiestudie besloot Grosheide in 1907 met de exegetische dissertatie De verwachting der toekomst van Jezus Christus.

Toen zijn promotor, nieuwtestamenticus P. Biesterveld, anderhalf jaar later overleed leek Grosheide, inmiddels predikant in Schipluiden, zijn aangewezen opvolger. Bavinck werd echter met de nieuwtestamentische vakken belast, vermoedelijk omdat het curatorium van de VU wilde afwachten hoe Grosheide, die nog dertig moest worden, zich zou ontwikkelen. Hij wierp zich op de bewerking van de nieuwtestamentische grammatica van de Amerikaan A.T. Robertson die in 1912 verscheen. ‘God de Heere geve,’ schreef Grosheide in zijn inleiding, ‘dat mede door mijn arbeid als middel het Boek der boeken beter worde verstaan en verklaard.’

Nog hetzelfde jaar – 1912 – volgde Grosheides benoeming tot hoogleraar nieuwe testament aan de VU. Exegetisch probeerde hij zijn studenten feeling voor woorden en zinswendingen bij te brengen: voor de Umwelt van de te bestuderen tekst. Leerstelligheid kwam op het laatste plan, omdat ze literaire onbevangenheid in de weg stond. Grosheide doceerde niet alleen over bijbelboeken. Op zaterdagmorgen, na zijn reguliere lessen, gaf hij een privécollege over de moderne Nederlandse literatuur waarin hij zich ook liet kennen als liefhebber van de schilderkunst.

Met zijn Kamper collega Greijdanus verzorgde Grosheide de reeks Kommentaar op het Nieuwe Testament, ook bekend als de Van Bottenburgreeks, naar de eerste uitgever ervan. Van Grosheides hand verschenen acht delen, de eerste in 1922 over Mattheus, de laatste in 1950 over Johannes. In deze drie decennia was Grosheide, als lid en later voorzitter van het NBG-bestuur, ook de drijvende kracht achter een nieuwe bijbelvertaling die de zeventiende-eeuwse Statenvertaling moest vervangen. In 1939 kon Grosheide de nieuwe vertaling van het nieuwe testament presenteren, dertien jaar later van de gehele bijbel.

Dat Grosheide weinig moest hebben van angstvallige leerstelligheid bleek ook tijdens de kerkscheuringen van 1926 en 1944. In eerstgenoemd jaar drong hij er zowel bij Geelkerken, een jaargenoot, als bij Buskes, een van zijn leerlingen, op aan een breuk te vermijden – tevergeefs. Grosheide poging, in de oorlogsjaren, om Schilder te matigen had evenmin succes, ook omdat hij diens invloed onderschatte en zich verkeek op de ernst van het conflict met de synode.

In 1953, 72 jaar oud, werd Grosheide emeritaat verleend. Samen met G.P. van Itterzon ging hij werken aan de tweede editie van de Christelijke Encyclopedie. Ook van de eerste versie was Grosheide trouwens redacteur geweest. De nieuwe editie verscheen in zes delen, het laatste in 1961, het jaar waarin Grosheide zijn tachtigste verjaardag vierde. Met het verder klimmen van de ouderdom nam zijn geestkracht af. Grosheides laatste zeven jaren waren geen goede jaren; hij was niet meer aanspreekbaar en stierf in 1972, 90 jaar oud.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 30 september 2009

Verder lezen: W. Stoker en H.C. van der Sar (red.), Theologie op de drempel van 2000 (Kampen 1999)

Informatie op internet: Digitale bibliotheek Nederlandse letteren