Geboren: 27 juli 1898
Overleden: 6 april 1946
1940 hoogleraar handelsrecht (R.), overleden 1946.

Oranje, J.

Jacobus Oranje

Jacobus Oranje (27 juli 1898 – 6 april 1946), hoogleraar rechten en rector magnificus aan de Vrije Universiteit, wordt vooral herinnerd door zijn heldhaftige rol in het verzet tijdens de periode van de Duitse bezetting 1940-1945. Hij was zoon van een predikant, gingna zijn eindexamen in 1917 theologie en rechten studeren aan de Vrije Universiteit. Na zijn kandidaatsexamen (in beide vakken) vertrok hij naar Zuid-Afrika – dat een beter klimaat had voor zijn zwakke gezondheid – waar hij enkele jaren werkte als leraar klassieke en moderne talen. Na terugkeer in Nederland, in 1925, deed hij doctoraal examen in de rechtswetenschap. Korte tijd werkte hij als hoofdcommies bij het ministerie van arbeid, handel en nijverheid. Daarna trad hij in dienst van Philips te Eindhoven; waar hij als secretaris bij verschillende afdelingen zijn economische en juridische kennis inzette. Daarnaast werkte hij aan een proefschrift dat aansloot bij zijn werk bij Philips, over de juridische status van de omroep – ‘Rights affecting the use of broadcasts’ – waarop hij in 1938 aan de VU promoveerde bij P.S. Gerbrandy. Een jaar later volgde hij Gerbrandy op als hoogleraar toen deze minister van justitie werd in het vijfde kabinet-Colijn. Oranjes leeropdracht was burgerlijk recht, handels- en faillissementsrecht en burgerlijk procesrecht.

Kort na het begin van de Duitse bezetting ging Oranje in het verzet, waarbij hij zich vooral richtte op de ondersteuning van studenten die hij clandestien tentamens afnam. Maar zijn steun ging verder. Studenten die opgepakt waren bij razzia’s en in Duitsland te werk werden gesteld bezocht hij. Hij kon dat doen door op een slimme manier goede contacten te onderhouden met de bezetter, waarbij hij tevens profiteerde van zijn commissariaat van de ijzer- en metaalgieterij B. Ubbink & Co. Omdat dit bedrijf veel samenwerkte met bedrijven in Duitsland had Oranje een dekmantel waaronder hij studenten kon bezoeken. Vanaf 1943 was Oranje tevens rector magnificus van de VU. Hij groeide in deze rol uit tot een nationale figuur in het verzet. In opdracht van de Nederlandse regering in ballingschap probeerde Oranje met oog op de bevrijding een radiozender op te richten. Hij trad tevens toe tot het College van Vertrouwensmannen dat, eveneens met oog op de bevrijding, zich beraadde op het naoorlogse bestuur in Nederland. Onder het mom van wetenschappelijke vergaderingen reserveerde Oranje regelmatig de Valeriuskliniek in Amsterdam, waar het College van Vertrouwensmannen in de laatste oorlogsjaren bijeenkwamen.

Oranje zou de oorlog overleven, ook al werd hij gezocht door de Duitsers en ging hij van schuilplaats naar schuilplaats. Na de bevrijding bleef de oorlog hem bezighouden: hij verliet de Vrije Universiteit om vicepresident te worden van het Bijzondere Gerechtshof dat belast was met de vervolging van politieke delinquenten. De wereld leek voor Oranje open te liggen. Zijn naam zong rond als de aangewezen man om minister van justitie te worden. Maar het liep anders. In oktober 1945 werd hij ernstig ziek. Operaties leken de ziekte terug te dringen, maar uiteindelijk velde ze hem op 6 april 1946. Postuum werd hij onderscheiden met het verzetskruis, voor zijn ‘onder gevaarlijke omstandigheden betoonden moed, initiatief, volharding, offervaardigheid en toewijding in den strijd tegen den overweldiger van de Nederlandsche onafhankelijkheid en voor het behoud van de geestelijke vrijheid, daarbij in hem eerende een der uitingsvormen van het verzet, dat in zijn veelzijdige activiteit van 15 mei 1940 tot 5 mei 1945 in stijgende mate den vijand heeft geschaad en op onvergetelijke wijze tot de bevrijding van het Vaderland heeft bijgedragen’. Aan de VU werd hij herdacht met een plaquette, die ook nu nog bij het auditorium in het Hoofdgebouw te vinden is. Daarop staat de volgende tekst ‘ter gedachtenis aan Jacobus Oranje’: ‘Tijdens de bezetting was hij de stuwende kracht van het universitair verzet, helper van verdrukten, redder van vele levens.’

Ab Flipse, universiteitshistoricus

Beschikbare downloads: